woensdag 6 januari 2016

Sorry, uiteraard was het mijn fout.

Terwijl ik eigenlijk de namen van tientallen lang overleden auteurs in mijn hoofd zou moeten stampen, kan ik mij niet concentreren.
Een uurtje geleden las ik een artikel in de Standaard waarin verder verslag werd gedaan over de aanrandingen in Keulen op Oudejaarsnacht. Als overtuigde feministe en jonge vrouw anno 2016 interesseren zulke artikels me, dus ik klikte het open.

Nu ben ik boos, boos en teleurgesteld. Burgemeester, en tevens vrouw, Henriette Reker van Keulen pleit om een zogenaamde “gedragscode voor jonge meisjes en vrouwen om aanranding te voorkomen.” Zulke woorden doen me in mijn haren krabben, met mijn ogen rollen en lichtjes agressief van mijn thee slurpen. Hoewel ik vaak mijn mening voor mezelf hou over zulke dingen, kan ik nu niet anders dan in mijn pen kruipen. Schrijven schept orde in de chaos.


Mevrouw Reker, ik kende uw naam niet tot twee uur geleden, maar ik ben diep teleurgesteld. De uitspraken die u gedaan heeft over de aanrandingen die zich hebben voorgedaan in uw stad, lijken eerder uit de mond van Donald Trump komen, dan uit de uwe. 

Waarom in godsnaam blijven wij, als maatschappij en als vrouwen, toch steeds de schuld op onszelf steken als het gaat over aanrandingen en verkrachtingen. Er klopt iets niet in die redenering.
Als we de redenering van “ze heeft het zelf gezocht” volgen, zouden we ook kunnen zeggen dat het de fout van de zakenman in strak pak met aktetas was dat hij overvallen werd. Hoe durft hij, zomaar zijn rijkdom tentoon te stellen. Hoe durven vrouwen zo maar vrij en blij Oudjaar vieren.
En misschien, heel misschien, zou deze redenering nog correct kunnen zijn als enkel vrouwen in “niet conservatieve”, “hoerige”, “te blote” kledij aangesproken, aangeklampt en aangerand zouden worden. Jammer genoeg is dit niet het geval.

Toen ik op Oudjaar “teef” werd genoemd door en man die ik op de fiets passeerde, was enkel het stukje huid tussen mijn veel te grote sjaal en mijn muts zichtbaar. Mijn “vrouwelijke vormen” waren verstopt onder een laag trui en een mantel –niet gecentreerd welteverstaan- die tot over mijn knieën kwam. Ik mag dan nog van geluk spreken dat ik in Mechelen woon, een sympathieke stad, niet te klein, niet te groot. Wat zou ik niet dagelijks naar mijn hoofd geslingerd krijgen moest ik in Brussel of New York leven. Talrijke hashtags, documentaires en opiniestukken zijn daar het bewijs van.
Mevrouw de burgemeester, heeft u het dan nog nooit voorgehad, dat u op straat werd aangesproken, werd lastiggevallen? Dat lijkt me moeilijk om voor te stellen. Ten eerste door de vermelding dat u in oktober vorig jaar werd aangevallen door een man. Ten tweede door de afbeeldingen van u die een snelle Google search opleverden.

En ach, nu doe ik het zelf, het uiterlijk van een vrouw betrekken in deze zaak. Zelfs al was ik een aardappel met benen, ze zijn niet zo kieskeurig om dames aan te spreken. Al vanaf mijn veertiende krijg ik seksistische opmerkingen verhuld in complimentvorm, kus- en kattengeluiden te verduren. Zelfs al was ik een Victoria Secret model en kreeg ik op een dag het idee om met mijn lingerie en mijn vleugels een drukke winkelstraat te bewandelen, dan nog rechtvaardigt dat een verkrachting niet.

Ook op een ander vlak deel ik uw mening niet. Het blijkt dat de aanrandingen in uw stad hoofdzakelijk gebeurd zijn door Noord-Afrikaanse types. De media hebben ook niet geaarzeld om deze beschrijving meermaals in hun artikels te gebruiken. Ik vraag me dan altijd af, hadden ze hetzelfde gedaan moesten de daders een blanke huid en een lichte haarkleur hebben gehad?
Eerlijk gezegd is het gros van de opmerkingen die ik naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen afkomstig uit de monden van middelbare, Vlaamse mannen. Op kop staan de wielertoeristen, bouwvakkers en cafébezoekers. Mannen die ongetwijfeld echtgenotes en dochters hebben.
U zegt dat mannen uit andere culturen vorming moeten krijgen over wat acceptabel gedrag inhoudt in onze cultuur. Rekent u daar ook maar de gemiddelde Europese man bij, en vergeet uzelf vooral niet.

En nu ga ik verder studeren, me met leerstof verrijken om een intellectueel schild te kunnen vormen tegen alle bagger die vrouwen over zich heen krijgen gestort. Misschien kan ik dan eindelijk de personen die mij ongetwijfeld nog in de toekomst zullen aanspreken van een gepast doch beleefd antwoord voorzien.


Dit is een heel andere inhoud dan die ik gewoonlijk plaats. Zoals ik al zei hou ik vaak mijn mond over dit soort zaken omdat ik van mezelf denk dat ik toch geen significante bijdrage kan leveren, dat mijn woorden toch niets uitmaken.
Maar mijn woorden maken nog veel minder uit wanneer niemand ze kan lezen.
Wie geïnteresseerd is in dit onderwerp, raad ik de blog van Yasmine Schillebeeckx aan. Ze lanceerde vorig jaar de hashtag #wijoverdrijvenniet die een golf van getuigenissen met zich meebracht. Ze heeft ook recent een boek geschreven. 

3 opmerkingen:

  1. Mooi verwoord en geschreven! Helaas zijn het bij mij juist wel altijd nieuwe Belgen, ik vind het jammer omdat zelf te moeten zeggen. Maar die vallen mij het meest lastig met zo vuile woorden en toestanden. Maar echt inderdaad, wanneer stopt het om de vrouw de schuld te geven? Lokken we het uit door te zijn wie we zijn? Dam zeg!

    BeantwoordenVerwijderen