dinsdag 8 november 2016

I’m feeling things when I see you


Er zijn een heleboel dingen in mijn leven die ik nog niet gedaan heb. Bungeejumping, zelf een auto besturen, gepraat tegen een prof zonder rood te worden. Op die oneindige lijst staat ook met stip dat ik nog nooit een lief gehad heb. Is er een manier om niet enorm ongemakkelijk over te komen als je dit typt? Misschien als volgt: als een moderne Jeanne d’Arc heb ik al 19 jaar lang mijn maagdelijkheid met ijzeren vuist bewaakt. Ik heb een prachtige metaforische kuisheidsgordel opgebouwd van spastische bewegingen, grofheden, ongemanierdheid en rariteiten. Of zoals mijn broer het zegt: “Eva, alle jongens hebben gewoonweg schrik van u.”

Maar dierbaar Vlaanderen, beeft en huivert, want ik heb sinds kort mijn eerste liefdesverklaring ontvangen. Ik kwam net naar boven gespurt vanuit de gemeenschappelijke keuken op kot om mijn handdoek te halen toen ik er bijna op trapte. Een zachtroze reepje papier waar iets in blokletters op geschreven stond.

“Hello Eva,
I write this letter to tell you that these last days I’m feeling things when I see you.
(Ja, ola amigos, die windt er ook geen doekjes om. )
Since what I’ve seen, you seem someone special and I’d love to meet.
(Dat is wel heel lief, om iemand speciaal te noemen als je haar nog maar enkele keren gezien hebt.)
Would it be possible? I want your answer.
(Dat is lichtjes agressief, maar all is fair in love and war.)
Greetings, Sonia
(Sonia? Sonia als in “Hallo, ik ben Sonia en ik ben een vrouw?!)

Dat is dan ook weer typisch. Krijg ik een liefdesbetuiging maar wel van het foute geslacht. Is het het korte haar en het feminisme? Kom op, het is 2016! Mocht ik nu voetbal spelen en een sidecut hebben…
 Ik heb nog gegoogled of Sonia misschien een obscure jongensnaam voor hippies kon zijn maar die zoekopdracht viel nogal tegen.
Extra grappig is natuurlijk dat mijn bewonderaars naam Sonia is. Alsof ik nog niet genoeg had aan mijn bescheiden keukenprinsesdemon Sonja, je weet wel, die ene vrouw van 49 jaar.

Alle gekheid op een stokje. Wat doet een mens in zo’n noodsituatie? Ze zoekt raad bij haar vrienden. Na oneindig veel gelach in ons gemeenschappelijk gesprek op Facebook en meerdere kreten als “OMGG”, “amai.” “woww” en “oei”, was het beste advies dat eruit kwam dat ik een briefje terug moest sturen. Kort maar krachtig, met de woorden “Hello, I like men. Greetings.” .
Gelukkig opperde toen iemand de mogelijkheid dat dit allemaal een grote grap was. Er zit wel degelijk een Sonia bij mij op kot, maar zij maakt deel uit van de jolige en extreem luide groep Spaanse uitwisselingsstudenten die elk jaar opnieuw ons gebouw proberen koloniseren.

Er zijn een paar opties.
  1. Het is een mopje. Ik reageer niet.
  2.  Het is een mopje. Ik reageer wel.
  3.  Het is geen mopje. Ik reageer niet.
  4.  Het is geen mopje. Ik reageer wel.


Alle vier resulteren ze volgens mij in grote ongemakkelijkheid. Pas op, ik heb uiteraard niks tegen de damesliefde, maar –in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt- ben ik niet zo’n fervent voorstander dat ik terstond zou gaan meedoen. Een lange uitleg met veel moeilijke woorden om te zeggen dat ik niet lesbisch ben. Sorry hé, Sonia.

Ik denk dat ik het op mijn aloude manier ga aanpakken. Eva’s grote rampenplan voor gênante voorvallen. Geloof mij, ik heb dat al vaak genoeg moeten bovenhalen. Het E.G.R.G.V bestaat uit één grote stap. We negeren de situatie tot ze vanzelf weggaat.
Nu mag ik enkel niet meer in de keuken komen en moet ik mijn adem inhouden telkens als ik Spaanse stemmen op de gang hoor. Dan zal het allemaal wel snel voorbij zijn.





vrijdag 28 oktober 2016

Ik ben een vrouw van vijftig


Ik heb iets dat ik moet opbiechten. Soms denk ik dat ik een vrouw van 50 ben.
Mocht ik ooit geesten oproepen, zou het mij niet verbazen als er een vrouw van 49 jaar met de naam Sonja contact met me zoekt. Sonja leeft al enkele jaren in mij. Net gescheiden, gaat af en toe naar de zonnebank om haar kleurtje te onderhouden, heeft een hekel aan jongerentaal en noemt zichzelf “een bescheiden keukenprinses”. Sonja is volgens de definitie dan een demon, maar ze doet uiteraard geen vlieg kwaad. Ze is “een lieveke” zoals ze dat zeggen.
Volgens mij heten alle vrouwen van rond de 50 trouwens Sonja. Of Greet. Of Marleen. Net zoals je om vader te worden Geert, Marc, Patrick of Dirk moet heten. Dat zijn universele regels. Maar dit geheel ter zijde.

Ik denk dus dat er in mij een rijpe dame schuilt en wel om enkele niet te ontkennen redenen. Allereerst moet er gezegd worden dat ik dit schrijf met een lekkere tas bosvruchtenthee naast mij. Dat is al gedurfd, want er zit zwarte thee in deze mengeling en dat bevat cafeïne. Cafeïne, daar doen we niet aan mee na 18 uur. Stel je voor dat ik daardoor slechter zou slapen deze nacht. In mijn pyjama van Snoopy zal ik mezelf dan liggen vervloeken. Verwijten naar mijn kop slingeren is een van mijn favoriete hobby’s. Waarschijnlijk lig ik tegelijkertijd ook te piekeren over die reep chocolade die ik daarnet naar binnen heb gespeeld. Ach, deze week mag het. Je kan ook niet altijd diëten hé. Daarbij, ik heb mijn regels en als er in mijn baarmoeder totale anarchie heerst, mag mijn maagje vrolijk meedoen.

De keuze voor bosvruchtenthee was snel gemaakt. Wanneer ik kokend water over het builtje giet, vult heel mijn kot zich met de geur van een gigantische schaal potpourri. Potpourri, is dat uit de mode? Geurkaarsen dan, of zo van die geurstokjes van de Rituals. De geur vermengt zich heerlijk met het snuifje Mister Proper voor een glanzende vloer dat hier nog hangt van gisterenavond. Jawel, Sonja had me namelijk ingegeven dat het hoog tijd werd om hier de vod nog eens door te halen. Eerst alles afstoffen en vergeet vooral de bovenste randjes van je kaders niet. Daarna stofzuigen we de vloer om er nadien met de lauwwarme dweil over te gaan. Als laatste kuisen we de gootsteen, die wordt immers op een of andere manier altijd terug vuil. Sonja was trots.

Naast theetjes slurpen, poetsen en mezelf verwijten maken, houden Sonja en ik ook van koken. Bijna elke week maken we samen soep. Mijn favoriet is paprikasoep met een likje room in. Sonja houdt meer van de komkommersoep, want daar zitten minder calorieën in. Ik maak ook steevast te veel soep die ik dan al te graag uitdeel. Soms kan ik dus echt wel lief zijn. Er moet een evenwicht zijn vooraleer de weegschaal te hard overhelt naar intimiderende, harteloze trut.
Sonja en ik inspireren trouwens ook heel graag de jeugd. Ons moederhartje slaat sneller wanneer we zien dat onze bevriende jeugdige medemens naar ons voorbeeld een soepje aan het brouwen is in de keuken.  
Ik maak nog andere culinaire hoogstandjes dan soep. Zo is het geweldig om dingen vanuit het niets te maken, zoals loempia’s en falafel. Zijn die dan lekkerder dan de kant-en-klare versie? Uiteraard niet! Er is echter niets leuker dan opscheppen over hoe je je eten hebt gemaakt en een vrouw haar plaats is nu eenmaal achter het fornuis.

Af en toe moet er ook eens tijd gemaakt worden om te rusten. Dat geef ik niet graag toe, want als een volleerde vrouw van middelbare leeftijd heb ik het altijd druk, druk, druk. Wat wil je ook als ik hier alles alleen moet doen en niemand mij ooit eens helpt? Mij zie je niet vaak op mijn luie gat zitten, behalve na 20.10 uur, want dan begint Thuis en iedereen weet dat dit de avond inluidt. Een tv-avondje is de ideale gelegenheid om mijn breiwerk boven te halen. Momenteel zijn Sonja en ik bezig aan een lange sjaal. We hopen dat hij klaar zal zijn tegen de winter om dan tegen iedereen te kunnen zeggen dat we onze sjaal zelf gebreid hebben.

Ik ben dus een vrouw van middelbare leeftijd. Noem me niet oud, noem me niet rijp, noem me niet ouderwets. Soms drink ik bijvoorbeeld mijn melk uit een pintglas omdat al mijn andere glazen vuil zijn. Scandalous! Maar niet aan Sonja vertellen alstublieft.  


donderdag 1 september 2016

triviaal


Ik word wakker om 7 uur met de stem van Peter van de Veire die onzin in mijn linkeroor schreeuwt. MNM om mee wakker te worden is geen vrijwillige keuze. Tenzij ik mijn hand permanent op mijn 11 jaar oude wekkerradio laat liggen, kan ik enkel Randstad FM of MNM ontvangen. Jarenlang heb ik Randstad FM geprobeerd. Daar herinneren mijn hersenen mij nog vaak aan door te pas en te onpas het spotje van Choice –kwaliteitsjuwelen! Choice! Mode uurwerken! Choice!- af te spelen.

Na een halfuur slaag ik erin uit mijn bed te rollen, nadat ik nog onder de warmte van mijn donsdeken een proper onderbroek heb aangetrokken. Ik stap voorbij mijn spiegel, zeg goeiedag aan mezelf, trek mijn broek en T-shirt aan met daarover mijn kamerjas. Mijn peignoir zoals we dat thuis zo mooi zeggen. Ik slef naar beneden, gris mijn iPod onderweg mee, zet de waterkoker op. Ik scheur het zakje van mijn thee open. Verdorie, weeral doorheen het builtje. Terwijl het water onnoemelijk luid opwarmt, giet ik een beetje sojamelk –ongezoet- bij mijn havermout en zet ik die in de microgolfoven. Net iets minder dan een minuut, zo heb ik het graag. Het belletje van de microgolfoven gaat tegelijk af met de waterkoker, wat me intens gelukkig maakt. Ik ga aan tafel zitten en wachtend tot mijn havermout afgekoeld is, scroll ik door Instagram en Facebook.
Allemaal  in die volgorde. Ochtendrituelen zijn er om gerespecteerd te worden.

Met tegenzin zet ik me achter mijn boeken. “Eva die zal wel geen herexamens hebben,” dacht ik vorig jaar. Onzin. Ik spreek graag over mezelf in de derde persoon, maar dan alleen tegen mezelf. Stel je voor, anders zouden de mensen nog gaan denken dat ik gek ben. Onzin.
Terwijl ik de publicatiedata van een heel aantal Franse boeken in mijn hoofd probeer te proppen, probeer ik twee dingen.
Punt een: me niet afvragen wat hier het nut nu ook weer van is.
Punt twee: van mijn voeten afblijven. Onder mijn bureau liggen druppeltjes bloed. Als ik stress heb, pulk ik aan de velletjes op mijn voeten. Wanneer mama dat ziet zegt ze kort “blijf van uw voeten af”. Liefst tikt ze dan op mijn hoofd, hand, of voet. Ik word daar boos van en probeer dat te verbergen. Volgens mij lukt dat niet zo goed.

’s Middags rijd ik naar de stad. Op die weg ligt mijn vroegere middelbare school. Telkens ik er voorbij kom, kijk ik rond of ik geen leerkrachten tegenkom. Gewoon, om vriendelijk te lachen en te zwaaien. Mezelf ervan te verzekeren dat ze me niet vergeten zijn. Vergeten worden is het ergste. Bij het kiezen van ploegen voor trefbal, wanneer je naar het toilet gaat op een feestje, of door mensen die iets voor jou betekend hebben. Een of andere grote denker zal daar wel iets moois over gezegd hebben.
Vandaag kom ik niemand tegen. Misschien maar goed ook. Met mijn stresspuistjes, mijn wallen waar een middeleeuwse stad jaloers op zou zijn en mijn frietvethaar zou ik de verkeerde blijvende indruk nalaten.

 Ik heb nieuwe oortjes nodig, want de mijne zijn alweer kapot gegaan. Ik sta aan te kassa en neem mijn portefeuille. Daarin zit steeds een tampon. Zo’n kleintje van OB, voor noodsituaties. Wanneer ik mijn bankkaart uit mijn portefeuille wil halen, katapulteer ik de tampon in een boogje op de toonbank. Tergend traag rolt die dan ook nog eens tegen de hand van de kassierster. “Daar zal ik niet mee kunnen betalen,” kraam ik nog uit. Ik durf haar niet meer in de ogen te kijken en schud ongemakkelijk met mijn hoofd tot ik buiten sta.

’s Avonds kruip ik weer mijn fiets op. Als ik een hele dag heb stilgezeten moet ik van mezelf minstens een halfuur bewegen. Met mijn spiksplinternieuwe oortjes fiets ik richting de Zenne. Ik ga daar fietsen om drie simpele redenen. Het is er plat. Soms zie ik konijntjes. Ik kan er meezingen met mijn muziek zonder iemand tegen te komen. De wind speelt in mijn haren zoals een gigantische ventilator op een concert van Beyoncé. Ik kan echter niet garanderen dat ik er even gracieus uitzie.


Op de terugweg valt mijn iPod uit, ik luister dan maar naar de geluiden van de woonwijk waar ik doorheen fiets. In de verte hoor ik een baby huilen. Ik hoop maar dat die baby niet achtergelaten is. Ik ben niet klaar om een kind op te voeden. Dat is het eerste wat door mijn hoofd schiet. Het tweede is dat ik geen normaal functionerend mens ben.


vrijdag 12 augustus 2016

18 dingen die ik leerde in mijn 18e levensjaar


  1. Je worteltjes zullen altijd aanbranden, wat je ook doet.
  2. Je bent dan toch niet zo slim als je altijd dacht, zelfgenoegzame trut.
  3. Water met citroensap een maand laten staan is geen goed idee, dan krijg je schimmeleilandjes. En ja die zijn heel interessant, maar jij bent blijkbaar de enige die daar zo over denkt.
  4. De mensheid zal nooit het verschil begrijpen tussen heten en noemen. Aanvaard dat gewoon.
  5. Jouw ideeën zijn niet altijd de beste. Vaak, maar niet altijd.
  6. Die scheuren in je broek komen niet door een loszittend spijkertje aan je fiets maar door een overschot aan junk in tha trunk.
  7. Woordmopjes zijn de beste mopjes. En mopjes over protjes en de naam Honoré de Balzac ook.
  8. Soms heb ook jij gevoelens -had je niet gedacht hé- en dat mag.
  9. Je tenen lijken op babyvingertjes.
  10. Sommige dingen leer je heel snel af als je ze niet onderhoudt, zoals wiskunde of bewegen.
  11. Investeer in goede BH's en als je daarvoor awkward in een pashokje van een lingeriewinkel moet staan, dan moet dat maar. Grow a pair, woman.
  12. Het middelbaar was nog wel oké.
  13. Je moet je gezichtsuitdrukkingen echt onder controle leren houden.
  14. Kleine kindjes zijn dan toch niet zo vreselijk. Baby's zijn echter nog steeds een brug te ver.
  15. Je bent nog steeds een te grote pussy om je benen te epileren, dus stop met het om de drie maanden te proberen. Zo bespaar je jezelf weer eens een vernedering.
  16. Nieuwe mensen leren kennen is heel erg eng, maar uiteindelijk wel de moeite waard.
  17. Microgolfovens zijn duivelse beesten met een eigen wil.
  18. Hoe volwassen je je ook mag voelen, op sommige vlakken ben je nog steeds een grote baby.

woensdag 29 juni 2016

Afscheidsbrief aan mijn korte haren

Lieve korte haren

Na lang nadenken schrijf ik je deze brief met een krop in de keel. Ik heb dit moment lang uitgesteld, maar na de spelregels voor een breuk te hebben gevolgd, zijnde een pot ijs en een fles wijn op mijn eentje leegdrinken terwijl ik mijn ogen eruit huil met The Notebook, denk ik hier klaar voor te zijn.

Ik weet het nog goed, drie jaar geleden zag ik je voor het eerst in de spiegel van de kapper op de Hoogstraat. We zijn in onze relatie getuimeld toen de kapster me aankeek via die spiegel met een pluk haar in haar handen en vroeg of ik er zeker van was. Ik gaf mijn jawoord en de eerste maanden was ik zo gelukkig.
We hebben veel goede momenten gehad. Weet je nog toen we ontdekten dat ik je in de gootsteen kon wassen? Of toen je zeker twee dagen na elkaar goed lag vanaf het moment dat ik opstond.

Maar ik weiger om terug te kijken met een roze bril. Er zijn zo veel momenten geweest die niet gelukkig waren. Zoals tijdens de examens, toen ik je moest verstoppen onder een muts omdat ik je van de stress aan het uittrekken was. Of toen je twee dagen nadat ik je gewassen had alweer vettig was.  Of die keer dat we opvingen dat ik nu blijkbaar lesbisch was omdat ik een relatie met jou had. Je staat mijn geluk in de weg. Jij samen met mijn gebrek aan empathie en mijn doorgedreven pessimisme, maar we hebben het nu even over jou en mij.

Het ging zo ver dat ik je bijna bedroog, maar het betekende niets, ik zweer het je. Er was die keer dat ik zeker twee uur lang naar warrige halflange kapsels op Pinterest heb gestaard. En op een blauwe maandag heb ik ook wel eens een pruik uit onze verkleedkoffer opgezet en me afgevraagd of ik dan gelukkiger zou zijn. Het antwoord was nee, maar dat komt ook deels omdat de pruik roze was denk ik.

We gaan een moeilijke periode tegemoet. Propere breuken zijn altijd het best, maar ik kan niet beloven dat ik mijn profielfoto op facebook nog een paar keer zal veranderen naar een van onze gloriemomenten. Ik zal ons verleden proberen te verstoppen, met haarbanden en een overvloed aan speldjes, maar ik weet nu al dat iedereen mij zal doorhebben. Ik zal huilen, vloeken, overwegen om terug naar jou te kruipen, maar ik wil doorzetten. Dat is het beste voor ons beiden. Ik heb het gevoel dat, als ik nu geen afscheid van je neem, dat ik voor heel mijn leven aan jou zal vastzitten en dat wij een gewoonte zullen worden. Dat wil ik niet.

Ik weet dat ik veel van je vraag, maar ons afscheid moet van twee kanten komen. Volgens het internet groei jij gemiddeld 10 centimeter per jaar, maar als ik beloof om je goed te verzorgen en je niet op te bellen telkens als ik dronken ben, zou jij er dan geen 4 centimetertjes bij willen doen?

Op een dag zal ik je zien op het hoofd van een andere vrouw. Ik zal je een melancholische lach toewerpen, en met mijn handen snel door mijn warrige bob gaan. En wie weet kruisen onze wegen elkaar nog eens op een dag, we zien wel. Que sera sera.


Dit is een vaarwel, ik heb van je gehouden met heel mijn hart, maar het is beter zo.

Toedels,
Eva


vrijdag 20 mei 2016

Manifest tegen de stoorzenders van mijn geluk

Dit is een aanklacht tegen mensen die mijn chakra’s in de war brengen. Dit is een welgemeende middelvinger in het gezicht van de personen mijn eeuwige zoektocht naar rust bemoeilijken. Dit is een manifest tegen de stoorzenders van mijn geluk.

De crazy dog lady

Ik heb een hond en u hebt een hond. Wij zijn beiden met onze hond aan het wandelen. Wil dat dan zeggen dat u een vrijkaart hebt om tegen mij te spreken? Neen.
Ik heb nochtans genoeg signalen gegeven dat ik geen conversatie wou starten. Bewijsstuk a: ik maakte geen oogcontact. Bewijsstuk b: mijn resting bitch face was meer aanwezig dan ooit. Bewijsstuk c: ik was naar muziek aan het luisteren. Doe maar niet alsof u dat niet gemerkt heeft. Mijn oortjes zijn fluoroze en de drie vragen die u aan me vroeg, heb ik niet beantwoord. De eerste twee omdat ik ze echt niet gehoord had, de derde omdat ik u aan het negeren was.

Wanneer ik dan toch mijn muziek afzet om met een geforceerde glimlach u te woord te staan, houd uw uitleg dan zo kort mogelijk, alstublieft dank u wel. Ons gesprek had moeten eindigen toen ik negatief antwoordde op de vraag of mijn hond de uwe –die nota bene zonder leiband liep- zou aanvallen. Maar neen, terwijl u compleet mijn wanhopige, levenloze blik negeerde, ging u vrolijk taterend verder. Dat uw hondje een hernia had gehad, dat het beestje al 14 jaar oud was, dat u zou schreien [sic] wanneer ze zou sterven.
Ik kan niet functioneren in zulke omstandigheden. Het bewijs daarvan is dat ik, toen u eindelijk uitgepraat was, zei: “Veel beterschap met de hernia.” Tegen u weliswaar en niet tegen uw hondje.

Eén ding speelt wel in uw voordeel. In tegenstelling tot het gros van de crazy dog ladies die ik tegen het lijf loop, hebt u tenminste mijn hond geen poedel genoemd. 

Dat ene koppel

De liefde, het kan schoon zijn. Dat heb ik van horen zeggen althans, want mijn hart is ijskoud en meerdere keren is mij verweten dat ik geen gevoelens heb. Hoewel ik met een door tranen en snot bedekt gezicht naar The Notebook en Titanic heb gekeken, kan ik de romantische film waar jullie deel van denken uit te maken echt niet smaken. Zeker niet wanneer u uw kuspraktijken uitvoert op totaal ongepaste plaatsen. Een greep uit het aanbod: een aula, de rij voor mij bij een toneelstuk opgevoerd door leerlingen van een middelbare school, de twee zitjes over mij in zo’n hoekje met vier zetels op de trein.

Het is ongemakkelijkheid troef. Daarenboven kan ik nergens anders naar kijken. Mijn ogen lijken wel aangetrokken te zijn tot jullie zoenende gezichten. Bijna net zo hard als uw tong schijnt aangetrokken te zijn door de tong uw partner, jongeheer.
Dan is er ook nog die verdomde verliefde blik. Wanneer jullie geen speeksel, etensresten en tandplak uitwisselen, kijken jullie elkaar diep in de ogen terwijl op jullie lippen een debiele glimlach speelt die ook terug te vinden is bij minder, excuseer, anders begaafde mensen.

Mensen zonder ambitie

Wanneer u de kans hebt om te gaan studeren, maar uw hoogste goed is om al het geld van uw ouders erdoor te jagen, dan vind ik dat jammer. Ik kan een litanie afsteken over mensen met meer capaciteiten die zulke kansen niet krijgen. Kindjes in Afrika met bolle buikjes en meisjes met grote dromen in vluchtelingenkampen, maar we weten allemaal dat die aanpak niet werkt.
Wij zijn een stel dikke egoïsten op een hoopje, dus gooi ik het over een andere boeg. Minder studeren betekent later minder geld. Tenzij u taal- en letterkunde studeert natuurlijk. Of in 2016 leeft, dan geldt dat ook niet meer.

Ikzelf stroom over van de ambitie, alleen staan er altijd kleine dingen in de weg. Mijn benen wilden lopen, maar mijn ademhaling wou niet mee. Mijn billen wilden groeien, maar mijn huid bleef op zijn plaats steken. Mijn hart wilde verliefd worden, maar de jongens dachten daar anders over.


En dan zijn er ook nog mensen die met een verborgen agenda vragen hoe het met mijn blog gaat. Die zijn echt het ergst.



  

zondag 1 mei 2016

Verloochen uw waarden en normen

Er zijn zo van die zinnen waar een mens radicaal tegen is. Racistische en homofobe uitspraken. De Holocaust ontkennen en meer van dat leuks.
Er zijn ook zinnen waarvan u dacht dat ze nooit over uw lippen zouden rollen. U die dacht dat u strikte waarden en normen had, spreekt soms dingen uit waarvan uw jongere zelf zou kokhalzen. Maar u weet ook wat men zegt: “people change, memories don’t”. Liefst gevolgd door een aantal keer “x3” of geschreven op een kunstzinnige foto als het even mag.

Wat volgt is een kleine bloemlezing uit de verloochening van mijn waarden en normen.

  • “Joepie, ze hebben nu ongezoete sojamelk in grote brikken in de Colruyt!”
  • “Waar koop jij je eyeliner eigenlijk? De mijne blijft maar afbrokkelen.”
  • “Nog maar 110 pagina’s vocabulaire tegen morgen leren, dat is goed te doen.”
  • “Ik denk dat ik toch niet zo slim ben als ik dacht.”
  • “Dit is echt mijn favoriete filter op Instagram.”
  • “Als ik te hard nadenk over het feit dat mijn hond binnen 10 jaar waarschijnlijk dood is, ga ik beginnen huilen.”
  • “Mama, hoe stoof je wortelen zonder dat die aanbranden?”
  • “Ik heb daarnet mijn favoriete zin ooit gelezen. En hij is in het Frans.”
  • “HOE BEDOELT GE JON SNOW IS DOOD?!”
  • Als het binnenregent van de nieuwe K3 is echt een goed nummer.”
  • “Oh fuck. In mijn kortverhaal voor die ene schrijfwedstrijd staan drie dt-fouten.”
  • “Ik heb witte sneakers gekocht.”
  • “Koekjes kosten echt heel veel geld. Vlees ook, maar koekjes zijn belangrijker.”
  • “Ik denk dat ik toch #teamironman ben en niet #teamcap.”
  • “Er is geen enkele film waarbij ik niet meer moet huilen. Onlangs huilde ik nog bij ‘How to train your dragon 2’. Dat is dus keihard het bewijs dat ik wel gevoelens heb.”
  • “Mama, hoe stoof je witloof zonder dat dat aanbrandt?”
  • “Ik  ben gisteren om 21 uur gaan slapen en het was ge-wel-dig.”
  • "Zelfs Beyoncé wordt bedrogen, dan is er dus geen hoop meer."

Tsja, dat heet dan oud worden zeker?


woensdag 30 maart 2016

Dagen Zonder Vlees #3

De vasten is gedaan, de paaseieren zijn gevonden, ik loop permanent rond met chocolade in mijn mondhoeken, en ik eet weer vlees. Samen met de vasten is immers ook de actie 40 Dagen Zonder Vlees afgelopen. Dit is dan ook mijn laatste artikel in deze mini-reeks. 40 Dagen Zonder Vlees: the aftermath, of een andere epische titel.

Ik wil alvast beginnen met te zeggen dat ik zeker niet 40 dagen lang geen vlees heb gegeten. Ik kan me nu in allerlei bochten wringen, zeggen dat de meerderheid niet mijn fout was omdat anderen voor mij kookten, maar uiteindelijk heeft niemand me gedwongen om vlees te eten, dus is het mijn eigen verantwoordelijkheid. Friet met biefstuk, bolognaisesaus, americain, het zijn dingen die ik niet kon laten liggen. Nog een extra zorg is dat dronken Eva heel heel heel graag vleesjes eet. Ik kan me nog goed de smaak van de boterhamworst van leidingsweekend herinneren, en de spijt daarna, ja die ook. Dronken Eva heeft geen ruggengraat, zoveel is zeker.
Wat ik wel ontdekte, is dat ik op kot, wanneer ik zelf kook, helemaal geen probleem heb om vegetarisch te koken. Ik vind het zelfs makkelijker. Het meeste vlees zit namelijk verpakt in porties voor meer dan een persoon. Het enige wat ik wel echt heb gemist is kip, maar naar het schijnt is kippenvlees het minst vervuilend. Ja, ik weet het, ik ben mezelf weer aan het goedpraten.
In mijn vorig artikel schreef ik over zoektocht naar lekker, vegetarisch broodbeleg dat geen kaas is. In de Colruyt vond ik het enige potje waar helemaal geen dierlijke producten inzaten. Het beloofde mij dat het naar americain ging smaken, dat deed het niet, maar het was wel verrassend lekker. Yay daarvoor dus!

“En Eva, ging je niet een keer per week veganistisch eten?” Wel. Euhm. Het zit zo… dat is niet gelukt. Ik heb wel echt mijn best gedaan om een maal per week een veganistisch avondmaal te koken, maar dat lekje melk in mijn koffie, of de fetablokjes in mijn slaatje ben ik blijven eten. Mijn oprechte excuses, ik kruip door het stof van schaamte.
Als ik er zo over nadenk, ben ik eigenlijk wel een vrij grote loser. Ik ben ook niet in Content, de verpakkingsvrije winkel van Leuven, geraakt. Ik heb wel het adres opgezocht, en ik heb ontdekt dat de winkel op vijf minuutjes fietsen van mijn kot ligt. Kijk, je moet ook die kleine overwinningen meerekenen.
De extra uitdaging om minder afval te hebben, is dus in het opzicht van verpakkingen niet zo goed gelukt. Ik heb wel amper eten moeten weggooien, de diepvriezer is mijn beste vriend op kot. Ik heb dan ook veel minder schuldgevoel als ik een iets opwarm. Soms zou ik heel graag de keuken binnenkomen en heel luid verkondigen dat ik mijn eten heb gemaakt dat nu in de microgolfoven staat en niet mijn mama.  Misschien na de paasvakantie.
Het eten van seizoensgroenten is ook goed gelukt. Ik at spruitjes –hoewel Samson en Gert mij ervan overtuigd hebben dat dat niet te eten is-, champignons, witloof, spinazie en veldsla met hopen.
Oké, misschien ben ik dan toch niet zo’n grote loser.


Zoals ik in het begin al zei, vind ik vegetarisch zijn op kot echt handig. Ik ga mezelf de superlekkere kant en klare lasagne van de Colruyt niet ontzeggen, en van tijd tot tijd zal ik ook nog eens kip maken. Maar drie van de vier keer vegetarisch eten, is toch ook al niet slecht. Verander de wereld, begin bij jezelf zeg ik dan.

dinsdag 15 maart 2016

Temptation Island Extravaganza

Ik heb een bekentenis te maken, ik zit aan de Temptation Island. Leren wordt uitgesteld, afspraken worden gemaakt en de spanning stijgt op woensdagavond.
Temptation Island heeft mijn leven veranderd, kan ik wel stellen. Zo gebruik ik te pas en te onpas het zinnetje "ik ben hier om het hartje te breken" van verleidster Jolyn, of vraag ik aan vrienden of ze "gepraat of gepraat gepraat" hebben met jongens. Het programma zit nu eenmaal heel goed in elkaar, spanning en sensatie wisselen af met hoogintellectuele passages. Ik kan er niet aan doen.

Temptation Island is op zich al heel plezant, maar weet u wat veel dingen nog plezanter maakt? Alcohol.
Daarom heb ik speciaal voor eenieders vermaak elke aflevering goed geobserveerd en met veel zorg een drankspel gemaakt. Of zoals Shady zou zeggen: "Have no fear het drankspel is here!"

Haal uw drankjes boven en schuif uw scrupules aan de kant.


donderdag 3 maart 2016

Dagen Zonder Vlees #2

Voor ik het goed en wel besefte, was ik al drie weken vegetarisch aan het eten, en dat moet gevierd worden met een artikeltje over mijn bevindingen.
Zoals ik in mijn vorig artikel al schreef, deden wij thuis ook al eens mee met Dagen Zonder Vlees. Nu zit ik echter op kot en kook ik dus vier keer per week zelf. Het is jammer genoeg niet meer de beentjes onder tafel schuiven, maar ook zelf aan het werk gaan, en dat is wel een grotere uitdaging.

Laten we eerst beginnen met de harde cijfers. Volgens de DZV-teller heb ik nu al 299 m² bespaard. “Red de aarde enal!” zeg ik dan. Zoals u ook kan lezen heb ik (nog maar) een keer vlees gegeten, en dat was dan nog een geval van overmacht. Als anderen voor u koken is het moeilijk om vegetarisch te eten. Zeker als eten dan nog eens pasta met broccoli, kruidenkaas en spekjes is.


Als ik zelf kook zijn er gelukkig een heleboel blogs die me verder helpen met vegetarische recepten. Ik heb al receptjes van De Groene Meisjes en Jonge Sla uitgeprobeerd, allemaal heel lekker.
Deze maand is ook mijn zoete aardappelontmaagding gebeurd. Ik had het nog nooit geproefd, maar ik maakte dit recept van De Groene Meisjes (mits enkele aanpassingen, ik kruidde de stoofpot met de kruiden die ik al staan had en de groene kool werd spinazie). De smaak was eventjes wennen, maar het viel beter mee dan ik verwacht had.


Ik was sowieso al een vrij gezonde studente. Mijn dagelijkse portie groenen kreeg ik netjes binnen, en ik kookte bijna altijd zelf, dus op zich is het voor mij niet zo’n grote verandering.
Het is wel nogal aanlokkelijk om al snel naar de “kant en klare” vleesvervangers te grijpen. Naar die vegi-alternatieven waarbij ik me afvraag hoe ze dat doen, zo’n schnitzel naar schnitzel laten smaken zonder er vlees in te draaien. Heel veel van die burgers hebben ook een lekker, knapperig paneermeelkorstje. Het tijdschrift EOS heeft echter een onderzoek gedaan naar die zogenaamd gezonde vleesvervangers, en dat was wel even slikken. Ze stelden enkele simpele richtlijnen op waar u op moet letten bij het kopen van die producten. Brave burger als ik ben ging ik dus alle vegetarische burgers af bij de Colruyt om tot het besluit te komen dat er bitter weinig “goede burgers” in de aanbieding zijn.
Nu probeer ik dus meer kikkererwten, linzen en champignons als vleesvervanger te gebruiken, maar daar is wel eventjes een mentale klik voor nodig. Ik ben heel gewoon om een mooi bord in drie delen voor mij te hebben staan. Vleesje, patatjes en groentjes, maar op zich is dat niet echt nodig.

Dagen Zonder Vlees kondigde dit jaar ook twee extra uitdagingen aan: minder verpakking en meer seizoensgroenten. Die twee dingen zijn niet mijn sterkste kant. Zoals u al misschien weet heb ik een grote voorliefde voor de Colruyt. Nu zie ik mezelf nog niet naar de supermarkt gaan met lege glazen bokalen of katoenen zakjes.
Er is in Leuven naar het schijnt wel een verpakkingsvrije winkel, Content, maar daar ben ik jammer genoeg nog niet geraakt. Misschien moet ik daar eens een projectje van maken.
De tweede uitdaging, meer seizoensgroenten, loopt wel vrij vlot. Blijkbaar zijn spinazie, veldsla en witloof nu in het seizoen, en daar ben ik heel blij mee! Ik probeer zo veel mogelijk verse groenten te eten, bij de ene groente is dat al makkelijker dan bij de andere. Ooit al een hele zak spinazie op uw eentje opgegeten? Nou dan gaan er dus dingen van kleur veranderen, als u begrijpt wat ik bedoel.
Prei is ook de perfecte kotgroente, één prei is net voldoende voor een persoon, dus dat kan ik enkel toejuichen.
Verder is ook de diepvriezer mijn beste vriend geworden. Dat is vooral heel handig als u maar voor een persoon kookt, want er de meeste ingrediënten kan u gewoon niet in hoeveelheden voor een maaltijd kopen.

Omdat ik graag moeilijk doe, had ik voor mezelf nog een extra uitdaging toegevoegd: een maal per week veganistisch. Dat valt eerlijk gezegd toch een beetje tegen. Het vegetarisch eten is allesbehalve een opgave, eerder een verandering van gewoonte, maar ik betrap mezelf erop om een beetje droevig te zijn op veganistische dagen. Eieren en melk zijn makkelijk weg te laten, maar vooral de kaas schrappen vind ik moeilijk.
Over kaas gesproken, ik ben nog op zoek naar deftig vegetarisch broodbeleg. In het vegetarische rek in de supermarkt zijn er wel een paar klaargemaakte slaatjes, maar toen ik de ingrediënten erop na las, schrok ik nogal. In heel veel van die slaatjes zit namelijk vis, en ook dat eet ik niet.
Het enige makkelijke en lekkere alternatief voor kaas vind ik humus, maar dat komt nu toch ook al een beetje mijn oren uit. Enfin, op zoek dus naar een makkelijk, gezond, vegetarisch en/of veganistisch broodbeleg, liefst ook eentje dat ik niet zelf moet maken.


Ik heb nog goede moed voor de volgende 20 dagen, het doet wel eens deugd zo gezond eten. Daarbij ben ik door al die diertjes te redden mijn karma torenhoog aan het opbouwen, benieuwd wanneer ik daarvoor iets terugkrijg. Voor wat hoort wat hé jongens.

maandag 8 februari 2016

Dagen Zonder Vlees #1


De wereld is om zeep. De mensheid is verdoemd. De aarde huilt. Iedereen weet het en zij die de klimaatsverandering ontkennen beschouw ik meteen als minder intelligent. Aanvaarding is de laatste stap van het rouwproces, maar voor dit probleem is dat niet genoeg. Want u kan zo veel zagen en praten als u wilt over deze wereld die volgens u naar de klote is, maar als u blijft staan op uw dagelijks bord vlees, uw goedkope kledij van Zara en uw fruit en groenten die u het hele jaar rond in de supermarkt wilt zien, dan moet u er toch iets aan gaan doen.

Oké, genoeg geklaagd en gevit op de mensheid, tijd om mijn plan uit te doeken te doen. Enfin, “mijn plan”, het is te zeggen, het plan van heel veel Vlamingen. Tijdens de Vasten, vrome zieltjes als we zijn, wordt dit jaar weer Dagen Zonder Vlees georganiseerd. De uitdaging is dat u die 40 dagen eens wat minder vlees en vis consumeert. Als u een rasechte carnivoor bent, kan het al een hele verandering zijn om een dag per week een vegetarische maaltijd in te plannen.
Twee jaar geleden deden wij bij ons thuis al eens mee. Toen woonde ik nog “voltijds” thuis, dit jaar zit ik vijf dagen van de zeven op kot in Leuven en kook ik dus mijn eigen potje. En vanaf woensdag 10 februari zal dat potje dus geen vlees meer bevatten.
Ik probeerde sowieso al een keer per week vegetarisch te koken, maar nu ga ik er toch volledig voor gaan.


Ohja, nog iets. Ik dacht bij mezelf “Eva, waarom het uzelf makkelijk maken als het ook moeilijk kan? Titje.” Dus voegde ik er voor mezelf nog een extra uitdaging aan toe, een dag per week volledig veganistisch eten.
Eerlijk is eerlijk, veganisme vond ik altijd het toppunt van geitenwollensokkengedrag. Het lokte bij mij steevast de reactie uit van de doorsnee onwetende mens “Doe eens normaal, kippen moeten hun eieren leggen, koeien moeten melk geven.” Zat ik daar wel een beetje fout, maar als u daar in geïnteresseerd bent, verwijs ik u liever door naar een flinke Google search.
Ik denk dat dat vooral ligt aan het feit dat ik eigenlijk geen veganisten ken, dat ik nog met veel vragen zit en dat het beeld van de veganist bij mij gelijk stond aan Freelee the Banana Girl. Als u Freelee niet kent, geen nood, ik raad u ook niet aan om u te leren kennen. Tenzij u natuurlijk uw ogen uit uw oogkassen wilt rollen en gefrustreerd urenlang naar YouTube-filmpjes wilt kijken.


Ik weet nog niet hoe, ik weet nog niet wat, maar ik zal af en toe verslag uit brengen van mijn vleesloze avonturen op mijn plekje op het wereldwijde web. Deels ook als stok achter de deur, als ik zo veel mogelijk mensen vertel over mijn plannen, moet ik me er ook aan houden. Anders maak ik me belachelijk, en welk Westers meisje van 18 jaar is er nou niet bezig met haar reputatie?


Tips, recepten, en motivatiespeeches zijn altijd welkom!

vrijdag 29 januari 2016

Huilen, lypsyncen, leren en huilen

Juicht en buldert dames ende heren. Heden ten dage – eergisteren – zijn mijn examens afgelopen. De ketenen der boeken en syllabussen heb ik van me afgeworpen en triomfantelijk loop ik mijn toekomst tegemoet. Tot de volgende examenperiode dan, dan is het weer huilen geblazen.

Ik dacht tot vorig jaar met mijn premature gedachten dat de examens aan de universiteit wel gingen meevallen. Kent u het moment in The Hobbit waarop Thorin tegen Bilbo zegt “I’ve never been so wrong”? Ja, Thorin dat ben ik dus in dit scenario, alleen een kop groter en zonder mijn ochtendlijke scheerbeurt over te slagen.
Tijdens den blok ging ik elke avond een wandelingetje maken – want ons mama zei dat dat goed voor mij was – en soms wandelde ik langs mijn oude middelbare school. Op zulke momenten moest ik me tegenhouden om geen daad van puur vandalisme te plegen en in grote letters “GENIET ERVAN ZOLANG HET NOG DUURT!”, al zou dat bij mij allicht eindigen in een post-itje met dezelfde boodschap op de schoolboort plakken. Hé, alle begin is moeilijk.

Maar een mens doet vreemde dingen wanneer zij met haar hoofd over de boeken gebogen moet zitten. Een kleine bloemlezing uit mijn wonderbaarlijke avonturen:

  • Ik vond een verdwaalde liquid eyeliner en schilderde heel mijn ooglid zwart. Omdat dat nog niet emo genoeg was tekende ik ook zwarte traantjes op mijn wangen.
  • Ik ontdekte dat ik de nood voelde om mijn haren –letterlijk- uit te trekken waardoor ik een muts of kap moest dragen zodat ik niet kaal werd.
  • Ik ging drie keer joggen. Raar hé, ik weet het.
  • Ik keek alle Harry Potter films in een week.
  • Ik leerde het dansje van “Wat doen we als het binnen regent” van K3.
  • Ik ging –zoals eerder gezegd- elke avond een stukje wandelen en ontdekte de vruegde die wandelen op muziek kan brengen. Lypsincen en dansen op straat, het moet geaccepteerd worden jongens, we zijn 2016. Mijn favorieten zijn Temperature van Sean Paul voor dat in-da-clubgevoel, Niet te doen van Uberdope en Supermassive black hole van Muse om uw twilightperiode te herbeleven.
  • Ik deed heel veel dingen om maar niet mijn cursus van buiten te hoeven blokken. Zo deed ik pogingen om het alfabet achterstevoren te leren opzeggen.
  • Elke dag deed ik voor een kwartiertje mijn slonzenkledij uit, deed ik iets moois aan en danste ik voor de spiegel.
  • Ik huilde met de belachelijkste dingen eerst. How to train your dragon II en A night at the museum zijn behoorlijk emotionele films, de nieuwe Notebook eigenlijk. Ohja of toen ik de eerste vraag van mijn oefenvragen fout had, of nog beter, toen het eten te laat klaar was. Hoppa, sluizen open.
  • Ik ben al mijn wanhoop gaan projecteren op mijn plannen na de examens. Ongelooflijk trashy maar waar, deze avond zijn er geen padjes, en mochten ze er wel zijn, zouden ze allemaal naar de gracht leiden.

Maar nu is het dus afgelopen. Vrijheid blijheid, en dit schrijf ik met een lekker koude Gouden Carolus trippel naast mij. Grote meisjes verdienen grotemensenbier.


dinsdag 19 januari 2016

Call me, beep me

Dit is het verhaal van een jonge dame, vrouw, meisje, iets genaamd Eva. Eva is roekeloos, dapper, assertief en avontuurlijk. Bovendien, die Eva dat ben ik, de schrijfster van dit prulletje dat u nu aan het lezen bent.
Onlangs noemde iemand me in de aula ‘assertief’. Waarom? Ik had mijn hand opgestoken om een vraag te stellen. Ja, ik weet zelf niet wat me overkwam, ik, Eva Cabuy, de persoon die transformeert in een tomaat van zodra ze tegen iemand moet spreken. De universiteit verandert je, zegt men (ik weet niet of “men” dat zegt, maar ik zeg het en dat is ook goed). Niemand had mij ooit assertief genoemd. Asociaal, vreemd, ongemakkelijk, ja die dingen hoor ik wel vaker.
Maar dus, een individu noemde mij assertief en dat zette me aan het denken. Natuurlijk ben ik wel avontuurlijk aangelegd.

Gaat u soms beweren dat het niet avontuurlijk is om zonder bril naar de Colruyt te gaan? Holy shit, brillendragend Vlaanderen (en Nederland?), ga nooit zonder bril naar de supermarkt. Elke vage vlek die langs u loopt is een potentiële kennis die nu nooit meer tegen u gaat praten omdat u hem/haar genegeerd heeft. Elk rood rond ding kan een tomaat zijn, of een appel, of een klein uitgevallen meloen voor mensen die kleurenblind zijn.
Weet u wat van mij dan een durfal maakt, om voor een tweede keer brilloos, naakt (metaforisch naakt, niet echt naakt. Pervert.), kwetsbaar naar de Colruyt te gaan. Dolletjes.

Ach, dat is nog maar de proloog van het heldenepos dat het leven van Eva Cabuy is. Ik ben dan wel niet echt zoals Odysseus naar de onderwereld gereisd, maar ik ben er behoorlijk dicht in de buurt gekomen. Het station van Leuven lijkt namelijk zeer hard op de hel op de vooravond van uw examen nadat u een slechte lasagne gegeten hebt. Wist ik veel dat ik die lasagne eerst in de oven moest zetten alvorens ik ze een tweetal maanden geleden invroor. Niemand heeft mij dat ooit verteld, van waar moet ik die kennis halen?
Ik stond op het punt om heel discreet mij te begeven naar een plantenbak en de rest laat ik over aan uw verbeelding. Maar een heldin geeft niet op, en doet de wandeling van een kwartier terug naar haar kot om daar op haar bed –met het hoofd in de richting van de wasbak- zichzelf zachtjes jammerend te beklagen.
Het leven van een heldin is niet altijd rozengeur en maneschijn.


In het kort, wat ik eigenlijk wilde zeggen was dat het geen toeval is dat Kim Possible en Eva Cabuy hetzelfde aantal lettergrepen hebben.

woensdag 6 januari 2016

Sorry, uiteraard was het mijn fout.

Terwijl ik eigenlijk de namen van tientallen lang overleden auteurs in mijn hoofd zou moeten stampen, kan ik mij niet concentreren.
Een uurtje geleden las ik een artikel in de Standaard waarin verder verslag werd gedaan over de aanrandingen in Keulen op Oudejaarsnacht. Als overtuigde feministe en jonge vrouw anno 2016 interesseren zulke artikels me, dus ik klikte het open.

Nu ben ik boos, boos en teleurgesteld. Burgemeester, en tevens vrouw, Henriette Reker van Keulen pleit om een zogenaamde “gedragscode voor jonge meisjes en vrouwen om aanranding te voorkomen.” Zulke woorden doen me in mijn haren krabben, met mijn ogen rollen en lichtjes agressief van mijn thee slurpen. Hoewel ik vaak mijn mening voor mezelf hou over zulke dingen, kan ik nu niet anders dan in mijn pen kruipen. Schrijven schept orde in de chaos.


Mevrouw Reker, ik kende uw naam niet tot twee uur geleden, maar ik ben diep teleurgesteld. De uitspraken die u gedaan heeft over de aanrandingen die zich hebben voorgedaan in uw stad, lijken eerder uit de mond van Donald Trump komen, dan uit de uwe. 

Waarom in godsnaam blijven wij, als maatschappij en als vrouwen, toch steeds de schuld op onszelf steken als het gaat over aanrandingen en verkrachtingen. Er klopt iets niet in die redenering.
Als we de redenering van “ze heeft het zelf gezocht” volgen, zouden we ook kunnen zeggen dat het de fout van de zakenman in strak pak met aktetas was dat hij overvallen werd. Hoe durft hij, zomaar zijn rijkdom tentoon te stellen. Hoe durven vrouwen zo maar vrij en blij Oudjaar vieren.
En misschien, heel misschien, zou deze redenering nog correct kunnen zijn als enkel vrouwen in “niet conservatieve”, “hoerige”, “te blote” kledij aangesproken, aangeklampt en aangerand zouden worden. Jammer genoeg is dit niet het geval.

Toen ik op Oudjaar “teef” werd genoemd door en man die ik op de fiets passeerde, was enkel het stukje huid tussen mijn veel te grote sjaal en mijn muts zichtbaar. Mijn “vrouwelijke vormen” waren verstopt onder een laag trui en een mantel –niet gecentreerd welteverstaan- die tot over mijn knieën kwam. Ik mag dan nog van geluk spreken dat ik in Mechelen woon, een sympathieke stad, niet te klein, niet te groot. Wat zou ik niet dagelijks naar mijn hoofd geslingerd krijgen moest ik in Brussel of New York leven. Talrijke hashtags, documentaires en opiniestukken zijn daar het bewijs van.
Mevrouw de burgemeester, heeft u het dan nog nooit voorgehad, dat u op straat werd aangesproken, werd lastiggevallen? Dat lijkt me moeilijk om voor te stellen. Ten eerste door de vermelding dat u in oktober vorig jaar werd aangevallen door een man. Ten tweede door de afbeeldingen van u die een snelle Google search opleverden.

En ach, nu doe ik het zelf, het uiterlijk van een vrouw betrekken in deze zaak. Zelfs al was ik een aardappel met benen, ze zijn niet zo kieskeurig om dames aan te spreken. Al vanaf mijn veertiende krijg ik seksistische opmerkingen verhuld in complimentvorm, kus- en kattengeluiden te verduren. Zelfs al was ik een Victoria Secret model en kreeg ik op een dag het idee om met mijn lingerie en mijn vleugels een drukke winkelstraat te bewandelen, dan nog rechtvaardigt dat een verkrachting niet.

Ook op een ander vlak deel ik uw mening niet. Het blijkt dat de aanrandingen in uw stad hoofdzakelijk gebeurd zijn door Noord-Afrikaanse types. De media hebben ook niet geaarzeld om deze beschrijving meermaals in hun artikels te gebruiken. Ik vraag me dan altijd af, hadden ze hetzelfde gedaan moesten de daders een blanke huid en een lichte haarkleur hebben gehad?
Eerlijk gezegd is het gros van de opmerkingen die ik naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen afkomstig uit de monden van middelbare, Vlaamse mannen. Op kop staan de wielertoeristen, bouwvakkers en cafébezoekers. Mannen die ongetwijfeld echtgenotes en dochters hebben.
U zegt dat mannen uit andere culturen vorming moeten krijgen over wat acceptabel gedrag inhoudt in onze cultuur. Rekent u daar ook maar de gemiddelde Europese man bij, en vergeet uzelf vooral niet.

En nu ga ik verder studeren, me met leerstof verrijken om een intellectueel schild te kunnen vormen tegen alle bagger die vrouwen over zich heen krijgen gestort. Misschien kan ik dan eindelijk de personen die mij ongetwijfeld nog in de toekomst zullen aanspreken van een gepast doch beleefd antwoord voorzien.


Dit is een heel andere inhoud dan die ik gewoonlijk plaats. Zoals ik al zei hou ik vaak mijn mond over dit soort zaken omdat ik van mezelf denk dat ik toch geen significante bijdrage kan leveren, dat mijn woorden toch niets uitmaken.
Maar mijn woorden maken nog veel minder uit wanneer niemand ze kan lezen.
Wie geïnteresseerd is in dit onderwerp, raad ik de blog van Yasmine Schillebeeckx aan. Ze lanceerde vorig jaar de hashtag #wijoverdrijvenniet die een golf van getuigenissen met zich meebracht. Ze heeft ook recent een boek geschreven. 

"Een nieuwjaarsbrief van citaten." -Eva Cabuy

Ik heb een nieuwjaarsbrief voor u geschreven. Het komt recht uit mijn hart, maar omdat ik een koude, harteloze trut ben, gebruikte ik andermans woorden om mijn oprechte gevoelens voor u uit te drukken.
Daarenboven zijn citaten de perfecte manier om mijn eruditie te etaleren. Dat en dure woorden zoals "eruditie" en "etaleren".



 “Quousque tandem abutere, Eva, patientia nostra?” – Cicero 

Maar misschien zal de vertaling voor meer duidelijkheid zorgen; Eva, hoe lang nog in ’s hemelsnaam, ga jij ons geduld misbruiken.
Niet lang meer, want wat u net heeft gehoord was mijn intro om dus aan mijn eigenlijke nieuwjaarsbrief te beginnen.

 “Ik heb iets met woorden en zinnen.” – Herman Brusselmans, Mogelijke memoires

Zo veel zelfs, dat ik in 2015 besloot om daarin verder te studeren.
Maar al die “Woorden, woorden, woorden”- Shakespeare, Hamlet kunnen toch vaak niet de leemtes van passie en extase opvullen. Geen nood, ik ga niet aankondigen dat ik eindelijk een vriendje heb gevonden. Want

“De liefde, meende zij, moest plotseling komen, met donder en bliksem –als een orkaan uit de hemel, die het leven overvalt, het omverwerpt, ieders wil als blaadjes van de bomen rukt en het hart volledig in de afgrond stort.” – Gustave Flaubert, Mme Bovary

En

“In wezen ben ik uit liefde opgebouwd.” –Herman Brusselmans, Kwantum

Maar

“Woorden als passie en extase [dus], we leren ze wel maar ze blijven plat op het papier. Soms proberen we ze om te draaien, te ontdekken wat eronder zit, en iedereen heeft wel een verhaal te vertellen over een vrouw, een bordeel of een wilde opiumnacht of een oorlog; We zijn er bang voor. We zijn bang voor passie en lachen om te veel liefde en hen die te veel liefhebben en toch hunkeren we naar dat gevoel.” – Jeanette Winterson, De Passie

Maar eigenlijk vind ik dat passie en extase serieus overroepen begrippen zijn. Want

“Zonder eentonigheid geen geluk.” – Paul Auster, Brooklyn Follies

En vergeet niet:

“Geluk hebben, dat kan van alles betekenen.” –Griet op de Beeck, Kom hier dat ik u kus

Bijvoorbeeld naar de Colruyt gaan, en zien dat de proevertjes net bijgevuld zijn. Of de snelste rij kiezen in de Colruyt. Of terugkomen van de Colruyt, struikelen, vallen recht op uw boodschappen. Ontdekken dat uw grote fles olijfolie gebroken is, waardoor je ruikt naar een boeket basilicum. Maar weet je wat geluk hebben is, zien dat uw bokaal met fetablokjes wel nog intact is.
Sommigen zouden misschien beweren dat wij ons geluk niet in eigen handen hebben. Dat eenieder een lot heeft en Vrouwe Fortuna onze leventjes in strakke banen leidt.
Voor mijn part kan Vrouwe Fortuna haar lot in haar intieme delen steken. Want daar zal wel genoeg plaats zijn.

“De intieme delen van Vrouwe Fortuna? Oh juist, ze is een hoer.” –Shakespeare, Hamlet

Sorry voor mijn grof taalgebruik, maar is er al ooit iemand ver gekomen door zich te wentelen in zijn eigen drama? Ik zie meneer daar toch zijn voorhoofd fronsen.

“Hij vraagt zich zeker af wat er met de wereld gebeuren gaat als jonge meisjes dergelijke grappen vertellen.” –Louis-Paul Boon, Menuet

“Maar er is niet een braaf en ingetogen meisje dat geen abnormale gedachten en gevoelens koestert.” –Simone de Beauvoir, De tweede sekse

Naast het feit dat ik dit jaar veel nieuwe vuile woorden heb geleerd, en een enorme liefde voor de Colruyt heb ontwikkeld, staat het ook vast dat we allemaal weer een jaartje ouder zijn geworden. Choquerend, ik weet het.

“Ouder worden is niets om naar uit te kijken, toch doe ik dat.” –Herman Brusselmans, Kwantum

Het zou wel eens een welkome afwisseling zijn om lijntjes en grijze haren te zien in de spiegel in plaats van puisten en vettig haar.

“Lijntjes en grijze haren zijn waarschuwingstekens waarmee de natuur aangeeft dat je niet met iemand moet dollen –het equivalent van de geelzwarte strepen van een wesp, of de markering op de rug van een zwarte weduwespin. Lijntjes zijn je wapen tegen idioten. Lijntjes zijn je uithangbord met WIJZE INTOLERANTE VROUW; NIET BENADEREN.” –Caitlin Moran, How to be a woman

Maar de problemen die ouder worden met zich meebrengt, wat betekenen ze nog in het licht van zoveel andere dingen.

“Ay, there’s the rub.” –Shakespeare, Hamlet

Niemand tackelt terrorisme in zijn nieuwjaarsbrief, of armoede, ongelijke rechten of het zatte oude vrouwtje dat elke dag in de Colruyt bij het wijnstandje staat.

“En die dingen moeten getackeld worden. Getackeld zoals bij rugby, met hun bek in de modder en een hoop geschreeuw.” –Caitlin Moran, How to be a woman

Ik vrees dat ik met mijn kort intermezzo de jolige sfeer een beetje naar de vaantjes heb geholpen.

“Neem nog wat thee.” –Lewis Caroll, Alice in wonderland

Of in dit geval cava.
We hebben allemaal wel van die momenten waarin het lijkt alsof het gewicht van de wereld op onze schouders ligt. Waarin we een halfuur op de koude, stenen vloer van ons kot gaan liggen om de grootste existentiële crisis van ons leven te hebben.
Maar dan zijn er ook weer van die momenten waarop je in de spiegel kijkt en denkt “Daaaamn, girl! Gij ziet er goed uit vandaag.” of na enkele minuten dralen toch durft te vragen aan de meneer van de Colruyt waar de havermout staat.

“Soms ben ik het sterkste wijf ter wereld, soms ben ik een kwartelei.” –Griet op de Beeck, Kom hier dat ik u kus

En het kan misschien zijn dat jullie me nu allemaal met mijn hoofd over het asfalt willen schuren omdat deze nieuwjaarsbrief veel te lang duurt. Geen nood, het duurt niet lang meer.
Wat ik gewoon wil zeggen is dat ook 2016 voor mij een jaar met afwisseling mag zijn, met nog meer boeken en God ja, nog meer grove woorden. En stel dat 2016 een jaar wordt waarin alles van een leien dakje gaat, goh ja, wie ben ik dan om te klagen. Want alles wat ik weet is dat ik niets weet.

“Que scay je”- Montaigne

Met de groeten van Montaigne alsook uw immer ravissante kapoen,
Eva

Mechelen, 6 januari 2016