maandag 1 mei 2017

Vingerverf

“Make-up, dat is nu eens iets wat ik nooit op mijn gezicht ga smeren,” dixit 15-jarige Eva toen nog Tomboy ten top. Elke dag droeg ik hetzelfde uniform: all-stars, jeansbroek, T-shirt en hoodie met rits. Lekker makkelijk en comfortabel. Dingen op je gezicht smeren hoorde niet in de categorie ‘lekker makkelijk en comfortabel’.
Fastforward naar 19-jarige Eva die in een make-upwinkel in hartje Leuven uitleg staat te vragen aan een dame met een gezicht dat haar zeker een uur tijd heeft gekost deze morgen. Op het moment dat ik daar in die winkel sta, kan Jolien –haar naam stond op zo’n bordje op haar T-shirt- mij alles aan- en opsmeren. “Ik denk dat bij jou vooral de donkere kringen onder je ogen een probleem vormen,” zegt ze. “Ik geef je volledig gelijk, Jolientje, je kan bijna de Amsterdamse hoeren zien wandelen op die wallen van mij,” wil ik zeggen, maar in plaats daarvan knik ik heftig.

Uiteindelijk wandel ik buiten met een mini-zakje waarin voor 25 euro en 10 cent productjes zitten; Een dark circle toner, dark circle concealer en een eyebrow fiber colour pencil. Gelieve die namen allemaal uit te spreken met een blits Engels accent. Jolien vertelde mij ook dat ik het huidskleurtype ‘porselein’ heb. Geweldig, dan wil je uit alle macht laten uitschijnen aan de wereld dat je niet breekbaar bent, maar ben je wel uit porselein gemaakt. Laten we deze zomer maar voor ‘terracotta’ gaan, dat ziet er toch wat robuuster uit.

Jolien van de make-upwinkel had gelijk, oranje werkt echt die blauwe kringen onder je ogen weg. Eerst zie je eruit als de omgekeerde versie van Donald Trump, maar na een minuutje of vijf heftig wrijven is die blauwige kleur al minder prominent aanwezig. Het is een beetje vingerverven voor volwassenen.
Normaal gezien verbergt mijn uit de kluiten gewassen brilmontuur die wallen onder mijn ogen. Maar toen moest ik naar een bal, en niet zomaar een bal, een gemaskerd bal! Tenzij ik met pijpenkuisers en glittersteentjes mijn bril te lijf zou gaan, kon ik dus geen bril dragen. Daarom moest ik mij beroepen op de vingerverf.
Over naar mijn wenkbrauwen, kunnen we even appreciëren wat die eyebrow fiber colour pencil doet voor je gezicht? Mijn wenkbrauwen, die het normaal gezien in de helft van hun lengte opgeven, staan nu mooi in vorm on fleek te wezen. Cara Delevigne zal ik nooit worden, maar Whoopi Goldberg ben ik toch ook al niet meer.


Waar ik echter niet aan had gedacht toen ik 25 euro en 10 cent ging uitgeven in een make-upwinkel, was dat je voor een gemaskerd bal helemaal geen make-up nodig hebt aangezien een groot deel van je gezicht achter een masker verborgen zit.
Het enige probleem dat ik nu heb, is dat ik ontdekte dat mijn gezicht allesbehalve symmetrisch is. Wanneer ik mijn maskertje op zet, kan je slechts één van mijn ogen bewonderen. Het andere gaat voor de helft schuin achter het masker waardoor het lijkt alsof ik scheel kijk.
Hebben jullie ook iets om je ogen te verplaatsen, Jolien?


donderdag 30 maart 2017

moedergevoelens

Lieve nog wat korte, halflange haren

Zo’n negen maanden geleden baarde ik het idee dat ik mijn korte haren beu was. Soms begint je biologische klok te tikken en heb je nood om iets terug te geven aan de wereld. Ik verlangde ernaar om iets te verzorgen, te zien groeien, dus ik verwelkomde jou in mijn leven.
Je haren laten groeien, dat is een beetje als een kind opvoeden. Denk ik. Het gaat met vallen en opstaan en soms wil je het te lijf gaan met een schaar. Bij mensenkinderen neemt hun schattigheid af naarmate ze ouder worden en heb je er dus eigenlijk steeds maar minder aan. Het is daarom belangrijk om nooit te vergeten hoe geweldig die periode  was. Ook jouw groeiproces, lieve haren, wil ik voor eeuwig onthouden. Neen, dat is een grove leugen, maar ik vertel je dit alles zodat je later kan zien vanwaar je kwam. Started from the bottom now we’re here.

Het is een wonder om jou te zien groeien, haartjes. Van sprietjes kort gehouden door een tondeuse tot een weelderig nektapijt. Van koude oortjes tot een zacht dekentje dat me warm houdt. Toch  mag ik jouw groeiproces niet verbloemen. Er zijn momenten geweest waarop ik jou door een raam wou gooien, maar dat zou voor mezelf ook vrij fataal geweest zijn. Dat hoort er echter bij, dat is ook opvoeden en groeien.

Om te beginnen raak je altijd van alles kwijt. Als een kind dat overal legoblokjes laat slingeren, laat jij overal speldjes en elastiekjes liggen. Ik dacht dat het een mythe was, van die verdwijnende speldjes, maar het blijkt waar te zijn. Twee pakjes van die schuivertjes zijn al verdwenen in het grote niets. De vraag is waar ze naartoe gaan. Ik hoop dat ze ergens samen een tentenkampje hebben opgeslagen waar ze stilletjes wachten tot ik ze terugvind.
Ook al kan ik nog maar heel weinig met je doen omdat je simpelweg te kort bent, toch vind ik het geweldig om zo’n mulandotje te maken waar elke zichzelf respecterende jongedame tegenwoordig mee rondloopt. Je hebt trouwens geluk dat dat nu in de mode blijkt te zijn, want voor een echte dot moeten we nog wat sparen. Nu heb je nog een leger aan speldjes nodig om er ietwat presentabel uit te zien, zoals zijwieltjes aan een fiets. Geen nood, je komt er wel.

Soms ben ik het toch nog niet helemaal gewoon dat jij in mijn leven bent. Onlangs lag ik heerlijk te slapen en toen ik me een beetje wou verleggen voelde ik met mijn hand iets zacht. Ik schrok me een ongeluk maar na een paar slaapdronken overpeinzingen had ik door dat jij het was, lieve haren. Mijn hand lag nochtans de volle 10 centimeter van mijn gezicht vandaan. Ze worden toch zo snel lang, meneer.
Het is in deze brief al overduidelijk, lieve haartjes, ik praat graag en veel over jou. Ik denk soms dat mensen niet door hebben hoe het voelt om na vier jaar eindelijk weer eens een echte hairflip te kunnen doen of om de hele tijd haren uit je mond te moeten halen. Telkens ik een foto zie van toen jij nog klein was, kir ik het uit en wijs ik elke omstaander erop dat jij zo snel groeit. Waar het hoofd van vol staat, loopt de mond van over.

Ik koester je in het diepste van mijn hart en ik zal altijd van jou blijven houden. Of dat zal ik proberen, want als je gaat puberen en je helemaal vettig en onhandelbaar begint te worden, zet ik er toch terug de schaar in. Zie het als een soort van postnatale abortus en ja dat is een dreigement dus gedraag je alstublieft.

Dikke knuf en wat moederlijke aaitjes,
De mama

p.s Ik heb nog een fijn prentje gezocht om mijn gevoelens te uiten. Totdat je mij eindelijk aanvaardt als vriend op Facebook, plaats ik het eventjes hier.


donderdag 2 maart 2017

Jacht


Deze week zat ik met een situatie. Het is dinsdag, 13.40u en ik wil voor het eerst die dag een broek aantrekken. Veroordeel mij niet, op dinsdag beginnen mijn lessen pas om 14 uur en volgens mijn levensfilosofie staat geen les gelijk aan geen broek. Terwijl mijn linkervoet in mijn broekspijp wil gaan, zie ik dat er licht door mijn broek komt. Dit klopt niet.
In het midden van het kruis van mijn broek zitten drie grote gaten. Slijtage. Je kan daar moeilijk over gaan doen, maar we kunnen er niet omheen dat mijn twee bovenbenen erg dikke vriendjes zijn. Ze schuren tegen elkaar als twee zestienjarigen op hun eerste scoutsfeestje. Dat schuren doen ze zo graag en zo veel dat mijn broeken steevast van slijtage scheuren. Ik ben allesbehalve beschaamd over dat overschot aan junk in tha trunk. Beyoncé leerde mij “if you got it, flaunt it”. Volgens Nicki Minaj zou jouw anaconda niets van mij willen weten mocht ik mijn buns niet hebben (hoewel ik een sterke, onafhankelijke vrouw ben en jouw anaconda mij dus niets kan schelen).
Terug naar dinsdag, 13.40u op kamer 208. Daar is het namelijk paniek, want na een snelle speurtocht in mijn kast heb ik blijkbaar niets om mijn benen mee te bedekken waar geen gapende gaten in zitten. Op het randje van de wanhoop, vind ik uiteindelijk helemaal onderaan een stapel kleren mijn salopette. God is goed.

Salopettes zijn allemaal wel leuk en wel, maar handig is iets anders. Naar de wc gaan wordt bijvoorbeeld een hele opgave en je kan dat ding geen hele week aanhouden, anders neemt je innerlijke boerin het over. Ik besliste dan maar om woensdag op jeansbroekenjacht te gaan.
Er zijn een paar erg onaangename dingen in het leven van een vrouw waar zij door moet. Menstruatie, doen alsof je geen haargroei hebt, te kleine borsten, het glazen plafond, te grote borsten. Dat lijstje kan met gemak vervolledigd worden door het zoeken naar een jeansbroek die past.
In mijn jonge leven is het noodzakelijk om een maal per jaar naar een winkel te gaan waar ze enkel jeansbroeken verkopen. Het is daar geweldig, je stapt er binnen, de eigenaar kijkt een beetje naar je poep, hij geeft je een hoop broeken mee en –wonder oh wonder- het merendeel van die broeken past. Hij is een beetje een tovenaar en dat hij mij soms opmerkingen geeft over de omvang van mijn achterwerk, neem ik er dan maar bij. Maar nu zat ik dus in Leuven, zonder mijn jeansbroekenmagiër.

Vier winkels heb ik gedaan. In de eerste winkel waren de broeken te licht, te kort of leek mijn poep buitenaardse proporties aan te nemen. To infinity and beyond. Op naar de volgende winkel waar ze blijkbaar enkel jeansbroeken met een lage taille verkochten. Ik hou het risico op een bouwvakkersreet liefst zo laag mogelijk. Daarenboven hebben broeken met een hoge taille het extra voordeel om als korset te dienen. Als een 18e-eeuwse dame zitten mijn vetjes lekker dicht bij elkaar geknepen, spijtig dat mijn borsten niet tot aan mijn kin komen zoals in de kostuumdrama’s.
Winkel drie is aan de beurt en daar lijkt alles vlot te verlopen, maar wanneer ik op mijn sokken toch nog eens een andere maat wil gaan halen, loopt het mis. Op mijn kruistocht in spijkerbroek merk ik dat ik niet door mijn benen kan buigen in deze broek. Spijtig, spijtig, spijtig.
Winkel vier is mijn laatste hoop. Ik spreek met mezelf af dat, als ik mijn broek hier niet vind, ik dan maar een hele week met heel veel moeite in mijn salopette naar het toilet moet gaan. Aangekomen in de “denim corner” zijn er maar twee opties; het type jegging of het type super skinny. Het type jegging laat ik maar links liggen, die dingen doen mij denken aan kermissen en piercings op vreemde plekken. En cameltoes, ja die ook.

Met vijf verschillende maten van dezelfde broek van het type super skinny wandel ik naar het pashokje. Soms moet je gewoon geloven in jezelf en denken dat jij tot het type super skinny behoort. Blijkbaar behoorden mijn enkels al amper tot dat type. Doch, na veel kronkelende bewegingen had ik me in de broek geworsteld. Mirakels bestaan nog, Eva Cabuy steekt zichzelf in een skinny –excuseer- een super skinny jeans en als klap op de vuurpijl ziet het er nog best oké uit ook. Als ik me in alle andere broeken een walvis voelde, voelde ik me nu een orka. Orka’s eten soms mensen op en dat zou exact hetgene zijn wat ik deed als iemand zei dat ik er niet goed uit zag. Ik kan heel erg goed om met kritiek.

Nu is het afwachten hoe lang mijn nieuwe vriend het gaat uithouden onder de immense wrijvingskracht van mijn benen. De volgende keer ga ik toch terug naar mijn broekenmagiër en misschien moet ik steeds een noodbroek in mijn kast in Leuven hebben liggen. Eerst nog mijn nieuwe aanwinst van mijn benen gepeld krijgen.

zondag 1 januari 2017

2016 in 16 dieptepunten

Liefste vrienden, familie en andere

De eindejaarsperiode! Ze dient aangekondigd te worden met een langgerekte zucht en een warm gevoel in het binnenste van je hartje. Je omringen met vrienden en familie en je broek openzetten omdat je te veel gegeten hebt, daar draait het om.
Maar in al die joligheid mogen we niet vergeten dat evenwicht het belangrijkste is en daarom dit jaar geen schattige tovenaars en rijmpjes in mijn nieuwjaarsbrief, maar wel mijn 16 dieptepunten van 2016. Misschien ga ik op die manier straks eens niet naar huis met een boekenbon maar met een bon voor de psycholoog.

  1. De dood van Prince.
  2. Net een 9 halen voor mijn herexamen Nederlandse Taalkunde.
  3. De dag dat ik brood vergat te ontdooien en dus maar bevroren boterhammen gegeten heb.
  4. De ontdekking dat bevroren brood nog wel oké is. Vandaag sta ik voor u als een vrouw die niet kan ontkennen dat ze al een heel brood in bevroren toestand gegeten heeft.
  5. Toen ik op 22 maart naar de les wandelde en iemand me zei dat er een aanslag gepleegd was. Het sms'je "Bom in Zaventem. Papa is ongedeerd" dat ik enkele minuten nadien van mama kreeg, maakte alles even beter.
  6. Mijn haar dat extreem traag groeit en alle ergernissen van een kapsel in transitie die erbij horen.
  7. Denken dat je gsm trilt in je buidelzak terwijl het eigenlijk je knorrend maagje is omdat je geen eten meer op kot hebt staan.
  8. Dan maar een maaltijd gaan stelen in de gemeenschappelijke vriezer.
  9. Alweer naast de Nobelprijs gegrepen.
  10. De bakker die zei "een croissant voor mevrouw, zeker?" omdat ik daar al zo vaak croissants ben gaan kopen.
    10 bis. Dit kan echter ook als een hoogtepunt beschouwd worden.
  11. Die zeven extra kilo's die ik door al die croissants meetors. Maar hé, zeven kilo extra Eva!
  12. Kai Mook wordt moeder, dat is beseffen dat je oud wordt.
  13. Over moeders gesproken, ik begon meer en meer op de mijne te lijken want
    a. Mijn vijfde broek begaf het door ons fantastische dikkebillengen.

    b. Voordat de blok begon poetste ik heel mijn kot “omdat het toch proper zou zijn als ik terugkwam.”
  14.  Door al die verplichte lectuur ben ik mijn goesting om te lezen verloren.
  15. Wakker worden met de penetrante geur van diarree omdat een van je kotgenoten een ongelukje van jewelste in de gang heeft gedropt. 
  16. Geen wereldvrede.
Nog zeventien dikke doch afstandelijke bezen van den dezen.

Je kapoen,
Eva

Mechelen, 1 januari 2017


dinsdag 8 november 2016

I’m feeling things when I see you


Er zijn een heleboel dingen in mijn leven die ik nog niet gedaan heb. Bungeejumping, zelf een auto besturen, gepraat tegen een prof zonder rood te worden. Op die oneindige lijst staat ook met stip dat ik nog nooit een lief gehad heb. Is er een manier om niet enorm ongemakkelijk over te komen als je dit typt? Misschien als volgt: als een moderne Jeanne d’Arc heb ik al 19 jaar lang mijn maagdelijkheid met ijzeren vuist bewaakt. Ik heb een prachtige metaforische kuisheidsgordel opgebouwd van spastische bewegingen, grofheden, ongemanierdheid en rariteiten. Of zoals mijn broer het zegt: “Eva, alle jongens hebben gewoonweg schrik van u.”

Maar dierbaar Vlaanderen, beeft en huivert, want ik heb sinds kort mijn eerste liefdesverklaring ontvangen. Ik kwam net naar boven gespurt vanuit de gemeenschappelijke keuken op kot om mijn handdoek te halen toen ik er bijna op trapte. Een zachtroze reepje papier waar iets in blokletters op geschreven stond.

“Hello Eva,
I write this letter to tell you that these last days I’m feeling things when I see you.
(Ja, ola amigos, die windt er ook geen doekjes om. )
Since what I’ve seen, you seem someone special and I’d love to meet.
(Dat is wel heel lief, om iemand speciaal te noemen als je haar nog maar enkele keren gezien hebt.)
Would it be possible? I want your answer.
(Dat is lichtjes agressief, maar all is fair in love and war.)
Greetings, Sonia
(Sonia? Sonia als in “Hallo, ik ben Sonia en ik ben een vrouw?!)

Dat is dan ook weer typisch. Krijg ik een liefdesbetuiging maar wel van het foute geslacht. Is het het korte haar en het feminisme? Kom op, het is 2016! Mocht ik nu voetbal spelen en een sidecut hebben…
 Ik heb nog gegoogled of Sonia misschien een obscure jongensnaam voor hippies kon zijn maar die zoekopdracht viel nogal tegen.
Extra grappig is natuurlijk dat mijn bewonderaars naam Sonia is. Alsof ik nog niet genoeg had aan mijn bescheiden keukenprinsesdemon Sonja, je weet wel, die ene vrouw van 49 jaar.

Alle gekheid op een stokje. Wat doet een mens in zo’n noodsituatie? Ze zoekt raad bij haar vrienden. Na oneindig veel gelach in ons gemeenschappelijk gesprek op Facebook en meerdere kreten als “OMGG”, “amai.” “woww” en “oei”, was het beste advies dat eruit kwam dat ik een briefje terug moest sturen. Kort maar krachtig, met de woorden “Hello, I like men. Greetings.” .
Gelukkig opperde toen iemand de mogelijkheid dat dit allemaal een grote grap was. Er zit wel degelijk een Sonia bij mij op kot, maar zij maakt deel uit van de jolige en extreem luide groep Spaanse uitwisselingsstudenten die elk jaar opnieuw ons gebouw proberen koloniseren.

Er zijn een paar opties.
  1. Het is een mopje. Ik reageer niet.
  2.  Het is een mopje. Ik reageer wel.
  3.  Het is geen mopje. Ik reageer niet.
  4.  Het is geen mopje. Ik reageer wel.


Alle vier resulteren ze volgens mij in grote ongemakkelijkheid. Pas op, ik heb uiteraard niks tegen de damesliefde, maar –in tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt- ben ik niet zo’n fervent voorstander dat ik terstond zou gaan meedoen. Een lange uitleg met veel moeilijke woorden om te zeggen dat ik niet lesbisch ben. Sorry hé, Sonia.

Ik denk dat ik het op mijn aloude manier ga aanpakken. Eva’s grote rampenplan voor gênante voorvallen. Geloof mij, ik heb dat al vaak genoeg moeten bovenhalen. Het E.G.R.G.V bestaat uit één grote stap. We negeren de situatie tot ze vanzelf weggaat.
Nu mag ik enkel niet meer in de keuken komen en moet ik mijn adem inhouden telkens als ik Spaanse stemmen op de gang hoor. Dan zal het allemaal wel snel voorbij zijn.





vrijdag 28 oktober 2016

Ik ben een vrouw van vijftig


Ik heb iets dat ik moet opbiechten. Soms denk ik dat ik een vrouw van 50 ben.
Mocht ik ooit geesten oproepen, zou het mij niet verbazen als er een vrouw van 49 jaar met de naam Sonja contact met me zoekt. Sonja leeft al enkele jaren in mij. Net gescheiden, gaat af en toe naar de zonnebank om haar kleurtje te onderhouden, heeft een hekel aan jongerentaal en noemt zichzelf “een bescheiden keukenprinses”. Sonja is volgens de definitie dan een demon, maar ze doet uiteraard geen vlieg kwaad. Ze is “een lieveke” zoals ze dat zeggen.
Volgens mij heten alle vrouwen van rond de 50 trouwens Sonja. Of Greet. Of Marleen. Net zoals je om vader te worden Geert, Marc, Patrick of Dirk moet heten. Dat zijn universele regels. Maar dit geheel ter zijde.

Ik denk dus dat er in mij een rijpe dame schuilt en wel om enkele niet te ontkennen redenen. Allereerst moet er gezegd worden dat ik dit schrijf met een lekkere tas bosvruchtenthee naast mij. Dat is al gedurfd, want er zit zwarte thee in deze mengeling en dat bevat cafeïne. Cafeïne, daar doen we niet aan mee na 18 uur. Stel je voor dat ik daardoor slechter zou slapen deze nacht. In mijn pyjama van Snoopy zal ik mezelf dan liggen vervloeken. Verwijten naar mijn kop slingeren is een van mijn favoriete hobby’s. Waarschijnlijk lig ik tegelijkertijd ook te piekeren over die reep chocolade die ik daarnet naar binnen heb gespeeld. Ach, deze week mag het. Je kan ook niet altijd diëten hé. Daarbij, ik heb mijn regels en als er in mijn baarmoeder totale anarchie heerst, mag mijn maagje vrolijk meedoen.

De keuze voor bosvruchtenthee was snel gemaakt. Wanneer ik kokend water over het builtje giet, vult heel mijn kot zich met de geur van een gigantische schaal potpourri. Potpourri, is dat uit de mode? Geurkaarsen dan, of zo van die geurstokjes van de Rituals. De geur vermengt zich heerlijk met het snuifje Mister Proper voor een glanzende vloer dat hier nog hangt van gisterenavond. Jawel, Sonja had me namelijk ingegeven dat het hoog tijd werd om hier de vod nog eens door te halen. Eerst alles afstoffen en vergeet vooral de bovenste randjes van je kaders niet. Daarna stofzuigen we de vloer om er nadien met de lauwwarme dweil over te gaan. Als laatste kuisen we de gootsteen, die wordt immers op een of andere manier altijd terug vuil. Sonja was trots.

Naast theetjes slurpen, poetsen en mezelf verwijten maken, houden Sonja en ik ook van koken. Bijna elke week maken we samen soep. Mijn favoriet is paprikasoep met een likje room in. Sonja houdt meer van de komkommersoep, want daar zitten minder calorieën in. Ik maak ook steevast te veel soep die ik dan al te graag uitdeel. Soms kan ik dus echt wel lief zijn. Er moet een evenwicht zijn vooraleer de weegschaal te hard overhelt naar intimiderende, harteloze trut.
Sonja en ik inspireren trouwens ook heel graag de jeugd. Ons moederhartje slaat sneller wanneer we zien dat onze bevriende jeugdige medemens naar ons voorbeeld een soepje aan het brouwen is in de keuken.  
Ik maak nog andere culinaire hoogstandjes dan soep. Zo is het geweldig om dingen vanuit het niets te maken, zoals loempia’s en falafel. Zijn die dan lekkerder dan de kant-en-klare versie? Uiteraard niet! Er is echter niets leuker dan opscheppen over hoe je je eten hebt gemaakt en een vrouw haar plaats is nu eenmaal achter het fornuis.

Af en toe moet er ook eens tijd gemaakt worden om te rusten. Dat geef ik niet graag toe, want als een volleerde vrouw van middelbare leeftijd heb ik het altijd druk, druk, druk. Wat wil je ook als ik hier alles alleen moet doen en niemand mij ooit eens helpt? Mij zie je niet vaak op mijn luie gat zitten, behalve na 20.10 uur, want dan begint Thuis en iedereen weet dat dit de avond inluidt. Een tv-avondje is de ideale gelegenheid om mijn breiwerk boven te halen. Momenteel zijn Sonja en ik bezig aan een lange sjaal. We hopen dat hij klaar zal zijn tegen de winter om dan tegen iedereen te kunnen zeggen dat we onze sjaal zelf gebreid hebben.

Ik ben dus een vrouw van middelbare leeftijd. Noem me niet oud, noem me niet rijp, noem me niet ouderwets. Soms drink ik bijvoorbeeld mijn melk uit een pintglas omdat al mijn andere glazen vuil zijn. Scandalous! Maar niet aan Sonja vertellen alstublieft.  


donderdag 1 september 2016

triviaal


Ik word wakker om 7 uur met de stem van Peter van de Veire die onzin in mijn linkeroor schreeuwt. MNM om mee wakker te worden is geen vrijwillige keuze. Tenzij ik mijn hand permanent op mijn 11 jaar oude wekkerradio laat liggen, kan ik enkel Randstad FM of MNM ontvangen. Jarenlang heb ik Randstad FM geprobeerd. Daar herinneren mijn hersenen mij nog vaak aan door te pas en te onpas het spotje van Choice –kwaliteitsjuwelen! Choice! Mode uurwerken! Choice!- af te spelen.

Na een halfuur slaag ik erin uit mijn bed te rollen, nadat ik nog onder de warmte van mijn donsdeken een proper onderbroek heb aangetrokken. Ik stap voorbij mijn spiegel, zeg goeiedag aan mezelf, trek mijn broek en T-shirt aan met daarover mijn kamerjas. Mijn peignoir zoals we dat thuis zo mooi zeggen. Ik slef naar beneden, gris mijn iPod onderweg mee, zet de waterkoker op. Ik scheur het zakje van mijn thee open. Verdorie, weeral doorheen het builtje. Terwijl het water onnoemelijk luid opwarmt, giet ik een beetje sojamelk –ongezoet- bij mijn havermout en zet ik die in de microgolfoven. Net iets minder dan een minuut, zo heb ik het graag. Het belletje van de microgolfoven gaat tegelijk af met de waterkoker, wat me intens gelukkig maakt. Ik ga aan tafel zitten en wachtend tot mijn havermout afgekoeld is, scroll ik door Instagram en Facebook.
Allemaal  in die volgorde. Ochtendrituelen zijn er om gerespecteerd te worden.

Met tegenzin zet ik me achter mijn boeken. “Eva die zal wel geen herexamens hebben,” dacht ik vorig jaar. Onzin. Ik spreek graag over mezelf in de derde persoon, maar dan alleen tegen mezelf. Stel je voor, anders zouden de mensen nog gaan denken dat ik gek ben. Onzin.
Terwijl ik de publicatiedata van een heel aantal Franse boeken in mijn hoofd probeer te proppen, probeer ik twee dingen.
Punt een: me niet afvragen wat hier het nut nu ook weer van is.
Punt twee: van mijn voeten afblijven. Onder mijn bureau liggen druppeltjes bloed. Als ik stress heb, pulk ik aan de velletjes op mijn voeten. Wanneer mama dat ziet zegt ze kort “blijf van uw voeten af”. Liefst tikt ze dan op mijn hoofd, hand, of voet. Ik word daar boos van en probeer dat te verbergen. Volgens mij lukt dat niet zo goed.

’s Middags rijd ik naar de stad. Op die weg ligt mijn vroegere middelbare school. Telkens ik er voorbij kom, kijk ik rond of ik geen leerkrachten tegenkom. Gewoon, om vriendelijk te lachen en te zwaaien. Mezelf ervan te verzekeren dat ze me niet vergeten zijn. Vergeten worden is het ergste. Bij het kiezen van ploegen voor trefbal, wanneer je naar het toilet gaat op een feestje, of door mensen die iets voor jou betekend hebben. Een of andere grote denker zal daar wel iets moois over gezegd hebben.
Vandaag kom ik niemand tegen. Misschien maar goed ook. Met mijn stresspuistjes, mijn wallen waar een middeleeuwse stad jaloers op zou zijn en mijn frietvethaar zou ik de verkeerde blijvende indruk nalaten.

 Ik heb nieuwe oortjes nodig, want de mijne zijn alweer kapot gegaan. Ik sta aan te kassa en neem mijn portefeuille. Daarin zit steeds een tampon. Zo’n kleintje van OB, voor noodsituaties. Wanneer ik mijn bankkaart uit mijn portefeuille wil halen, katapulteer ik de tampon in een boogje op de toonbank. Tergend traag rolt die dan ook nog eens tegen de hand van de kassierster. “Daar zal ik niet mee kunnen betalen,” kraam ik nog uit. Ik durf haar niet meer in de ogen te kijken en schud ongemakkelijk met mijn hoofd tot ik buiten sta.

’s Avonds kruip ik weer mijn fiets op. Als ik een hele dag heb stilgezeten moet ik van mezelf minstens een halfuur bewegen. Met mijn spiksplinternieuwe oortjes fiets ik richting de Zenne. Ik ga daar fietsen om drie simpele redenen. Het is er plat. Soms zie ik konijntjes. Ik kan er meezingen met mijn muziek zonder iemand tegen te komen. De wind speelt in mijn haren zoals een gigantische ventilator op een concert van Beyoncé. Ik kan echter niet garanderen dat ik er even gracieus uitzie.


Op de terugweg valt mijn iPod uit, ik luister dan maar naar de geluiden van de woonwijk waar ik doorheen fiets. In de verte hoor ik een baby huilen. Ik hoop maar dat die baby niet achtergelaten is. Ik ben niet klaar om een kind op te voeden. Dat is het eerste wat door mijn hoofd schiet. Het tweede is dat ik geen normaal functionerend mens ben.