woensdag 11 augustus 2021

Ik verjaar niet graag

 

Ik verjaar niet graag. Van 13 tot en met 11 augustus hou ik van franjes en slingers, van toeters en spotlights. Ha! Kijk naar mij. Ik tap dans / dans tap op tafel en vertel een schuine mop. Hou van mij tot ik met een kromme wandelstok bij de nek van het podium word getrokken.

Maar niet op 12 augustus. Dat heeft, denk ik, te maken met hoge verwachtingen. Als je laag mikt, zijn alle uitkomsten beter. Op 12 augustus is mijn doel uit bed komen. Daar stopt het zo ongeveer. Vorig jaar werd ik op twaalf nul acht zwetend in een hittegolf wakker met harpcovers van happy birthday, gedichtjes en lichamen in letters gewrongen. Mijn doel was vorig jaar om vooral niet uit bed te komen. Soms kan dat dagen of weken het doel zijn.
Veel dingen blijken in golven te komen; hitte, corona, jezelf absoluut superkut voelen. Mama zag de bui vorig jaar al hangen en besloot dat al mijn vrienden optrommelen om ongemakkelijke video’s van zichzelf te maken goedkoper was dan een tienbeurtenkaart bij de psycholoog. Maar mama vergeet soms dat er golven zijn en gaat meteen van de zondvloed uit.

Randall Caesar zei in Zwijgen is geen optie  dat we gemaakt zijn om te drijven. Drijven is zo gecontroleerd, zo gracieus. Ik drift als wrakhout, verzwelg met mijn kop onder maar ik kom happend en hoestend terug. Verlies mezelf in slechte en in goede dagen. Maar wanneer de rust weerkeert, dein ik, tegen alle verwachtingen in, mee op de golven en sleur nog een drenkeling of twee mee. Totdat er een boot komt en ik laat u nooit los, ik beloof het. Gij plakt aan mij, pek aan veren. Ge breidt u uit, gitzwart verziekt gij al mijn fauna en flora en betovert mij met uw regenboogreflecties.

Maar nee, dit jaar geen golf, geen zondvloed, geen hitte, geen absoluutsuperkutgevoel. Wel nog corona. Verdorie.

Ik ben vanaf vandaag 24. Ik heb werk, ik betaal huur, ik doe mijn eigen was, ik spaar voor mijn pensioen. Ik ben jong, ik wil wat. Wat weet ik niet exact, maar fuck ik wil het graag. Ik heb lief, ik ben gelukkig. En als de golven weer komen, zal ik niet verkruimelen. Ik zal altijd overleven. Als Gloria*. Hoera! Hoera voor mezelf, van mezelf.

*Dat laatste is dus een referentie naar I Will Survive van Gloria Gaynor met een kwinkslag naar “In de gloria, in de gloooo-riiii-aaaa” maar ik weet niet of dat echt wel goed is doorgekomen en anders klinkt dat werkwoord “overleven” wel heel erg zwaarwichtig.





vrijdag 1 januari 2021

Nieuwjaarsbrief 2021

 

Mechelen, 1 januari ’21

Liefste vrienden

* langgerekte zucht *

Waar te beginnen.

Bij het schrijven van een verse nieuwjaarsbrief herlees ik steeds de brief van vorig jaar. Oh mijn lief zomerkind, wat had je toen nog grote dromen. En jij maar denken dat 2020 formidabel ging worden. De overmoed druipt eraf. Waar zat je met je gedachten. Ga toch zitten, klein meisje. Wat weet jij nu van het leven.

Te negatief? Oké, schrap het voorgaande. Sta me toe om opnieuw te beginnen.

Ik las in een krantenartikel - correctie, ik las in de titel van een betalend krantenartikel op mijn facebookwall – ik las dat er na dit alles een periode van feest- en zwelgpartijen voorspeld wordt. Een nieuwe Roaring Twenties zeg maar. Hebben die sappige krantenkoppen even geluk dat die pandemie nu maar pas komt en niet in de jaren 2010. De vergelijking had helemaal niet zo poëtisch geklonken. De Roaring Twenties. Klinkt dat niet geweldig? Of althans, dat denk ik toch aangezien mijn kennis louter gebaseerd is op The Great Gatsby, de film, niet het boek. En misschien nog belangrijker, mijn kennis is hoofdzakelijk gebaseerd op de clip van “A little party never killed nobody” van Fergie.  De Roaring Twenties, ik ben er klaar voor, 2021. Hoor mij aanstormen. Voel mij brullen. Zie mij donderen.  Oh ja hoor, hier is ze dan weer met haar positieve metaforen en bombastisch taalgebruik. Nuchtere negativiteit en stille tranen zijn voorbestemd voor eenzame avonden en beiden hebben we de laatste maanden genoeg gehad.

Om niet te vervallen in te veel teleurstelling, want ook dat hebben we de laatste maanden genoeg gehad, zal ik mijn bombastische metaforen presenteren met een plan A en een plan B. Plan B zal -excusez le mot- coronaproof zijn. Probeert u alvast de braakgeluiden te onderdrukken bij het horen van het woord “coronaproof”.
Zal ik anders beginnen met plan B zodat we de teleurstelling al sneller kunnen verwerken? Plan B schuif ik op de lange baan. Over plan B maak ik me ’s nacht wel zorgen. Wanneer ik niet kan slapen door alle geluiden in mijn hoofd, wanneer ik niet kan ademen door alle druk op mijn borstkas. Over plan B doe ik wel eens een zoom-meeting. Wanneer? Maakt niet uit. Ik kan altijd. Ik heb geen plannen meer.
Te negatief? Plan A dan maar: Beeldt u zich Mechelen even in als het Parijs van de jaren ’20. De Sint-Romboutstoren doet dienst als een obese versie van la Tour Eiffel. Als ware bohemiens flaneren we bij dage over de Ijzerenleen, rechtgehouden door een beker koffie langs de ene kant en een ingehaakte arm langs de andere. Bij nachte dansen we met flapperende rokken op de toog van eender welk café. Keuze genoeg want ze zijn allemaal open. We smijten ledematen onvermoeid de lucht in en we gooien schaterlachend onze hoofden in de nek. We praten en palaveren, kletsen en keuvelen met onbekende pseudo-intellectuelen. Door te dansen en te lachen leggen we dekens over alle pijnen die we op dat moment voelen. Wij maken kunst als nooit te voren. We schrijven, zingen, spelen in grote zalen die toch benauwd aanvoelen. Wij zijn onsterfelijk en immoreel.

Eigenlijk is alles goed, zolang we maar het voornaamwoord ‘we’ kunnen blijven gebruiken en ik niet terug ‘ik’ word. Alles wat we nu doen, is voor ‘wij’, voor ‘ons’, voor vrienden. Dit alles is voor de vrienden die samen in lockdown gaan, de vrienden in warme tuinhuizen, de vrienden die in stilte staren terwijl je huilt op videocalls. Dit is voor de vrienden die gaan muurklimmen ook wanneer iedereen hoogtevrees blijkt te hebben, de vrienden die het leed verzachten met liters uithaalkoffie. Dit is voor de vrienden die ook vragen en niet alleen antwoorden. Dit is voor de vrienden die er waren en de vrienden die bleven. Ik hef mijn glas Leonardo DiCaprio-gewijs op jullie, je weet wel zoals in die ene film. Ik weet niet of 2021 fantastisch zal worden. Maar dat jullie dat zullen zijn, weet ik wel. Ter ere van jullie, zal ik, excuseer, zullen wij die eerste dansplaat opleggen.

Gros bisous,

Uw kapoen en immer uw vriend

Eva



donderdag 12 november 2020

Vera's coronieken: aflevering 2

 

April 2021

Voor de vierde keer vandaag legt Vera verslagen haar gsm neer op het keukenaanrecht. Er nam alweer niemand op bij het onthaal van het ziekenhuis. Zouden ze haar smeekbedes om haar job terug te krijgen beu zijn? Misschien was ze er wel over gegaan bij die laatste vier hijgtelefoontjes. Hoewel, vandaag reageerde ook Sonja, Vera’s enige boezemvriendin en enige vriendin tout court, niet. Zelfs niet op het WhatsAppje dat Vera had gestuurd. Het was nochtans zo een tof bewegend prentje met een katje dat “take care” zegt. Het laatste wat ze had gehoord was dat alles in orde was op de covid-afdeling. Patiënten gingen aan een sneltempo naar huis. De curve was zo plat als een pannenkoek. Die zesde golf die iedereen verwachtte bleek niet te komen. Elke Vlaming snakte dorstig naar een terrasje in de zon en zat op hete kolen voor een barbecue met meer dan drie vrienden.

Had Vera tijdens de nazomer van 2020 geweten hoe haar leven er in de herfst en de winter zou uitzien, zou ze meer van de terrasjes geprofiteerd hebben. Op de vooravond van de nieuwe verstrengingen was ze nog naar Leuven gegaan. Gewoon, op haar eentje. Stiekem had ze gehoopt dat ze een tv-ploeg zou tegenkomen voor de vox pop. Je kent dat wel, de mening van de burger in de straat. Het was druk in Leuven, maar niet druk genoeg dat er iemand aan haar had gevraagd of hij aan haar tafeltje mocht bijschuiven.
Op de allerlaatste trein terug naar huis kijkt Vera … staart Vera naar de drie meisjes in de vierzit naast haar. De twee het dichtst bij het raam voeren een verhitte discussie. Hun lippen zijn verstopt achter hun mondmasker, maar hun wenkbrauwen en vurige ogen spreken voor zich. Vera kijkt, Vera staart naar het derde meisje die met haar hoofd op de schoot van een van haar vriendinnen ligt. Haar lichaam, opgekruld op het treinbankje, beweegt mee met het wagongewaggel. De vriendin kamt zachtjes door de wilde krullen van het hoofd op haar schoot. Vera maakt oogcontact en draait snel haar hoofd weg. Ze kijkt recht in de ogen van haar reflectie in het treinraam en voelt de koude die probeert binnen te dringen zachtjes haar wangen tikken.

Maar nu is het een nieuwe lente, een nieuw geluid en een nieuwe veiligheidsraad. Gedurende een hele week werd er druk gespeculeerd in praatprogramma’s en op het journaal. Zou de lockdown volledig voorbij zijn? Hadden we het virus overwonnen? Vera droeg haar eigen steentje bij aan het debat met een weloverwogen HLN-comment.

Met alle respect voor de politiekers he, ma nu zen ze het toch wa lang aant trekken. Ik staan zelf in de zorg en ge moogt gerust zijn, alle bedden zen leeg bij ons op de afdeling.

Op een ander artikel reageerde ze

Heb gemerkt dat dat applaus voor de zorg ni meer gebeurd. Spijtig. Ik staan zelf in de zorg en ge moogt gerust zijn, dat deed deugd zulle,,

Dat ze op dat moment al bijna een jaar ontslagen was uit diezelfde zorg, verzweeg ze. Niemand wist immers wie ze was op Facebook. Vera was zo klever om haar naam te wijzigen naar Ve Ra en had als profielfoto een Me To You-beertje. Haar privacy was beschermd.

Op de vooravond van de allesbeslissende veiligheidsraad wekt de jingle van het journaal Vera uit haar hazenslaapje. Ze was weggedommeld tijdens de aftiteling van Thuis, moe van het bellen naar het ziekenhuis. Ze lekt verward haar lippen nat die uitgedroogd waren van het slapen met wijd opengesperde mond. Een journaal op dit uur? “Goedenavond en welkom bij dit extra journaal naar aanleiding van de recente gebeurtenissen in ons land,” begroet Goedele Wachters gestresseerd haar kijkers. “Ik laat meteen het woord aan viroloog Marc Van Ranst,” vervolgt ze. Marc heeft voor de gelegenheid een nieuwe blitse trui aangetrokken, maar wat hij zegt, is net iets minder blits. Dat geheel onverwacht die zesde piek toch is gekomen. Dat er op 24 uur een recordaantal patiënten overleden zijn, de ziekenhuizen kunnen niet meer volgen, alle beademingstoestellen volzet. “Dat verklaart waarom ze daar niet opnemen,” mompelt Vera half luidop. Goedele vraagt aan Marc wat er nu zal gebeuren, maar hij zit met zijn mond vol tanden onthutst voor zich uit te staren.


vrijdag 5 juni 2020

Tijd dat het onderwijs die koloniale tropenhelm afzet


“[…] en woedend repliceerde ik dat ik geen godverdomde nikker was en wou haar eruit gooien maar ik gaf haar in plaats daarvan een mep en greep haar vast dat ze naar adem snakte en hop, verheugd sloeg ze de benen om mijn nek, ik duwde ‘m naar binnen als een neger, zonder égards tot in het klokhuis […]”
Dit is een passage uit het boek “Gangreen 1 Black Venus” van Jef Geeraerts, gepubliceerd in 1968, bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor Verhalend Proza in 1969 en opgenomen in de Literaire Canon van KANTL in 2015. De passage kunt u lezen op pagina 16 maar u hoeft niet eens tot daar te bladeren om obsceen racisme en seksisme tegen te komen. Volgens sommigen is het een grote literaire zonde om de verteller en de schrijver van een boek over dezelfde kam te scheren. De schrijfsels van Geeraerts wekken echter de indruk van autobiografische authenticiteit. Zo kreeg hij gedurende zijn ambtstermijn in Congo de bijnaam Mambomo fimbo, wat ‘kleine blanke man die slaat met de zweep’ betekent (Wikipedia, z.d.). In 2015 overleed Geerarts maar zijn koloniaal verleden werd niet gecontextualiseerd. In tegendeel, “Gangreen 1” werd op de valreep toegevoegd aan de literaire canon van KANTL die, zo staat te lezen op de website, een leidraad is voor leraars (KANTL, z.d.). Dit debacle is een schoolvoorbeeld van hoe wij in het Vlaams onderwijs omgaan met ons koloniaal verleden. Hoog tijd voor een grondige dekolonisatie.

Op 1 september 2019 gingen de nieuwe eindtermen voor de eerste graad in. Die eindtermen vervingen hun 20 jaar oude voorgangers en zullen stelselmatig ingevoerd worden in de drie graden van het secundair onderwijs. De eindtermen zijn gestoeld op zestien sleutelcompetenties waaronder de burgerschapscompetentie (Onderwijs Vlaanderen, z.d.). Die is opgebouwd uit zeven bouwstenen, waarvan de tweede erg interessant is. Het betreft het omgaan met diversiteit in de samenleving. De leerlingen moeten constructief kunnen denken en handelen. Ze leren het belang van kritische reflectie over vooroordelen en ze leren over de mechanismen achter onverdraagzaamheid, discriminatie en racisme in historisch en actueel perspectief (Klascement, 2019). Merk op dat men hier spreekt over mechanismen. Het lijkt er soms op dat wij ons idee van racisme geïndividualiseerd hebben. Racisme is niet uitsluitend Ronny met de Vlaamse leeuw als profielfoto die naarstig reageert op elk HLN-artikel. Racisme is structureel, racisme dient een doel. Hoe kan je anders rechtvaardigen dat je honderden, duizenden, miljoenen mensen gaat uitbuiten op plantages in een land dat je jezelf hebt toegeëigend (Zwijgen Is Geen Optie, 2020)? En daar komen we bij ons pijnlijk plekje: het Belgische koloniaal verleden. Republiek Congo mag dan wel onafhankelijk zijn, in elk van ons schuilt nog die koloniaal in zijn witte, katoenen hemd met tropenhelm. Als we de mechanismen van racisme willen blootleggen, moeten we ook ons denken en ons curriculum dekoloniseren.

Om het begrip dekolonisatie te definiëren, gebruik ik graag de woorden van dr. Olivia Rutazibwa (Verhaegen, 2013): “Dekoloniseren is de zoektocht naar blinde vlekken of mythes in de kennis die we al hebben, en die ons verhinderen om de werkelijkheid te begrijpen of ons in staat stelt om ongelijkheid en onderdrukking te aanvaarden of toe te passen.” Wie denkt dat dekolonisatie stopt bij de lessen geschiedenis en godsdienst, denkt verkeerd. Hoeveel wetenschappers van kleur kunt u opsommen? Hoeveel schrijvers heeft u gelezen in het middelbaar die niet wit zijn? Het is niet zo dat deze mensen niet bestaan. We verzwijgen ze. Dat is een mechanisme dat silencing heet (Rutazibwa, 2011; Verhaegen, 2013). Ikzelf ben aspirant leerkracht Nederlands en Frans. In het leerplan van Frans staat dat ik mijn leerlingen moet laten kennismaken met de francofone wereld (VVKSO, 2014), maar die francofone wereld stopt niet aan de Middellandse Zee. In verschillende landen van het continent Afrika is Frans een van de officiële landstalen. Uiteraard komt dat niet zomaar uit de lucht vallen. Men spreekt daar Frans omdat wij die landen brutaal gekoloniseerd hebben en de Franse taal aan hen hebben opgedrongen. Maar hoe onbeschoft is het dat wij niet eens geïnteresseerd zijn in de literatuur die ze produceren in die Franse taal? In verschillende handboeken Nederlands wordt het Afrikaans behandeld, slechts voor een lesje of twee maar toch. Er wordt echter geen uitleg gegeven over hoe die taal daar in hemelsnaam beland is en als we eerlijk zijn, ligt de focus vooral op die gekke woordjes die ze uitgevonden hebben. Haha, moltrein, haha bromponie! Dwaze Zuid-Afrikaantjes toch!


Als de Vlaamse scholen echt de mechanismen achter racisme en discriminatie willen blootleggen, dan volstaat het niet om een keer per jaar een themaweek rond diversiteit te houden. De directie en de leerkrachten moeten hun verantwoordelijkheid durven nemen. Dat kan ten eerste door actief en expliciet de leerlingen te onderwijzen over koloniale en racistische ideeën en structuren, maar er zijn nog andere dimensies. Als leerkracht moet je jezelf steeds in vraag stellen. Bekijk de inhoud van de leerboeken eens grondig . Vaak is hetgeen wat aangeboden wordt zeer eurocentrisch en etnisch gekleurd. Maak de leerlingen daar bewust van en breid de lesinhoud uit door meerdere stemmen te integreren. Geef de leerlingen verhalen, perspectieven en namen die eens niet van witte mensen komen. Laat leerlingen aan het woord die hun visie kunnen geven vanuit hun cultuur, luister naar hen maar beschouw hen ook niet als spreekbuis voor de hele gemeenschap. Het volledige schoolbeleid zou moeten doordrongen zijn van een multiculturele dynamiek (Banks, 1993).

Misschien vraagt iemand zich wel af waarom dat allemaal moet. Waarom wordt ons onderwijs een eurocentrische visie verweten, we wonen toch in Europa? Ja, maar we leven wel in een geglobaliseerde wereld. Als we iets geleerd hebben uit de pandemie van de laatste maanden, dan is het wel dat de hele wereld met elkaar in verbinding staat. De diversiteit op de Vlaamse schoolbanken stijgt. 12,7 % van de Vlamingen tussen 12 en 17 jaar oud heeft een niet-westerse migratieachtergrond (Vantieghem, 2018). Uit verschillende onderzoeken blijkt dat haast nergens ter wereld het verschil tussen de schoolprestaties van leerlingen met en die van leerlingen zonder een migratieachtergrond zo groot is als hier en dat we die kloof maar niet kleiner krijgen (Koning Boudewijnstichting, 2014). De “schuld” kan, zoals in de deficit-modellen, gelegd worden bij de individuele leerling. Binnen die overtuiging zouden de leerlingen van kleur slechter presteren omdat ze opgroeien in families die hun onvoldoende waarden, normen en kennis meegeven. Dat denken is verwant aan het 19e-eeuw “wetenschappelijke” racisme. Wat in ons onderwijs echter het geval lijkt te zijn, is dat er sprake is van structurele uitsluiting. Niet de individuele leerling maar wel het onderwijssysteem is verantwoordelijk voor de uitsluiting van specifieke bevolkingsgroepen. De witte meerderheid geniet van bepaalde privileges. Het onderwijssysteem lijkt eerlijk, maar vertrekt vanuit een eenzijdige erkenning van een specifieke geschiedenis en een specifieke cultuur. Hierdoor wordt het cultureel kapitaal van andere leerlingen als minderwaardig beschouwd (Agirdag & Ceulemans, 2019).
Binnen het literatuuronderwijs in Vlaanderen en Nederland is het bijvoorbeeld reeds bewezen dat leerlingen met migratieachtergrond evenveel of zelfs meer lezen dan hun vrienden met Nederlandse of Vlaamse achtergrond (Ramaut, 1994; Hermans, 2002). Een derde van de leerlingen met migratieachtergrond kan zich echter minder goed inleven in boeken met uitsluitend personages met Nederlandse/Vlaamse achtergrond (Hermans, 2008) en het lezen van verhalen waarin migratie een rol speelt, wordt veel beter gewaardeerd door hen. De leerlingen zonder migratieroots konden die verhalen ook goed waarderen (Hermans, 2009).  Het finale argument voor een gedekoloniseerd en multicultureel curriculum is meteen ook het meest waardevolle: iedereen heeft recht op de waarheid. Die waarheid is nu eenmaal dat wij een donker, koloniaal verleden hebben, dat racisme een doel dient en dat de wereld groter is dan onze eigen kerktoren.

Dat dit alles werk en moeite kost, staat buiten kijf. De Vlaamse leraren zijn immers opgeleid aan hogescholen en universiteiten die zelf een eurocentrische en koloniale visie reproduceren. Tenzij een student actief opzoek gaat naar keuzevakken en extracurriculaire lezingen, komt hij niet in contact met andere culturen tijdens zijn opleiding. Wij, leraren, zijn het echter verplicht aan onze leerlingen om beter te doen. Het onderwijs is niet de oorzaak, maar wel een van de instrumenten waarmee racisme in stand gehouden wordt. Als we ons daar bewust van worden, kan het onderwijs een verstrekkende rol spelen in het tot stand komen van een eerlijke maatschappij. Wij, leraren, zijn het verplicht aan onze leerlingen om die zogenaamde neutraliteit opzij te schuiven. Wie neutraal is en braaf het handboek volgt, is ontegensprekelijk een handlanger van de geprivilegieerde groepen (Simons & Masschelein, 2019).   




gebruikte literatuur
  • Agirdag, O. & Ceulemans, C. (2019). Module 4: Gelijkheid en Vrijheid. In J. Elen & A. Thys (Red.), Leren in maatschappelijk betrokken onderwijs (pp. 131-168). Leuven, België: Universitaire Pers Leuven.
  • Banks, J. (1993). Multicultural Education: Development, Dimensions, and Challenges. The Phi Delta Kappan, 75(1), pp. 22-28. Geraadpleegd op 4 juni 2020 van  www.jstor.org/stable/20405019
  • Geeraerts, J. (1968). Gangreen 1 Black Venus. Brussel, België: A. Manteau n.v. 
  • Hermans, M. (2002). Cultuur en lezen: Verschillen tussen allochtone en autochtone scholieren in leesgedrag en literatuuronderwijs. In A.M. Raukema & D. Schram (Red.),  Lezen en leesgedrag van adolescenten en jongvolwassenen (pp. 155-173). Delf, Nederland: Eburon.
  • Hermans, M. (2008). Fictieonderwijs met boeken die van ‘levensbelang’ zijn. In D. Schram (Red.) Lezen in het VMBO (pp. 103-122). Delft, Nederland: Eburon.
  • Hermans, A. (2009). Motiverend Literatuuronderwijs Met Eigentijds Literatuur. De Receptie Van Multiculturele Teksten Door Havo- En Vwo-Scholieren. Levende talen tijdschrift, 10 (1), pp.  28–37.
  • Jef Geeraerts. (z.d.) in Wikipedia. Geraadpleegd op 4 juni 2020, van https://nl.wikipedia.org/wiki/Jef_Geeraerts
  • KANTL. (2015). Dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief. Geraadpleegd van https://literairecanon.be/nl/
  • Klascement. (2019, 6 november). Sleutelcompetentie: Burgerschap. Geraadpleegd van https://www.klascement.net/thema/sleutelcompetentie-burgerschap/ 
  • Koning Boudewijnstichting. (2014). Wat PISA ons leert: Naar kwaliteitsscholen voor iedereen? Brussel: Luc Tayart de Borms.
  • Onderwijs Vlaanderen (z.d.). Onderwijsdoelen: Algemene uitgangspunten. Geraadpleegd op 4 juni 2020, van https://onderwijsdoelen.be/uitgangspunten/4647 
  • Ramaut, G. (1994). Leesgewoonten en leesmotivaties van 8- tot 14-jarigen: een vergelijkend onderzoek bij autochtone en allochtone kinderen in Vlaanderen. Spiegel, 12(1), pp. 23-39.
  • Rutazibwa, O. [TEDxFlanders]. (2011, 27 september). TEDxFlanders – Olivia U. Rutazibwa – Decoloniser [YouTube]. Geraadpleegd van https://www.youtube.com/watch?v=z0b6wfDGseU
  • Simons, M. & Masschelein, J. (2019). Module 3: De maatschappelijke rol en betekenis van onderwijs: benaderingen en toetsstenen. In J. Elen & A. Thys (Red.), Leren in maatchappelijk betrokken onderwijs (pp. 93-129). Leuven, België: Universitaire Pers Leuven.
  • Vantieghem, W.(2018). Diversiteitsbarometer Onderwijs Vlaamse Gemeenschap. Geraadpleegd van https://www.unia.be/files/Documenten/Publicaties_docs/Diversiteits_Barometer_Onderwijs_-_Technisch_rapport-_Post_1_Vlaanderen.pdf
  • Verhaegen, E. (2013, 21 februari). Naar een dekolonisatie van de Westerse geest: In gesprek met Olivia Rutazibwa. Mo* Magazine. Geraadpleegd van https://www.mo.be/opinie/naar-een-dekolonisatie-van-de-westerse-geest
  • VVKSO. (2014). Leerplan secundair onderwijs: Frans derde graad ASO studierichtingen zonder component moderne talen. Geraadpleegd van http://ond.vvkso-ict.com/leerplannen/doc/Frans-2014-004.pdf
  • Zwijgen Is Geen Optie. (2020, 15 maart). Olivia Rutazibwa: Racisme dient een doel [YouTube]. Geraadpleegd van https://www.youtube.com/watch?v=sJf0tb4QeLQ&t=2467s




donderdag 9 april 2020

Vera's coronieken: aflevering 1

Vera's coronieken: Een feuilletonroman

Aflevering 1 


“Nee meneer, een bloedonderzoek is echt niet nodig.” Vera zuchtte en keek de man op het ziekenhuisbed met een weemoedige blik aan. Twee uur geleden was hij hier binnengebracht met koorts, een hoest, pijn achter de ogen en moeilijke ademhaling. Alle symptomen van een gewoon griepje dus. De afgelopen drie kwartier was Vera bezig geweest met hem gerust te stellen op haar eigen onbeholpen manier. Dat wil zeggen; door te zuchten en te puffen en af en toe, als ze dacht dat hij niet keek, een rollende beweging met haar ogen te maken naar collega-verpleegster Sonja. De man antwoordde volhardend dat hij toch een onderzoek wenste. Hij had immers  op het nieuws gehoord dat er een nieuw virus in China woekerde en hij zou, volgens hem, alle symptomen vertonen. Sonja was intussen ook aan het bed van de man komen staan en ging honend mee in zijn verhaal. “Het zal toch niet waar zijn, een virus uit China. Ik werk hier ondertussen al 21 jaar op deze dienst, meneer. Om de zoveel tijd verzinnen die Chinoeters wel een of ander virus om ons te stuipen op het lijf te jagen. Sars, de Vogelgriep, en nu dat Coronagedoe.”
De man werd bozer met de minuut en riep in een hoestbui dat hij de hoofdverpleegster wilde spreken. Dat stak bij Vera. Tot drie maanden geleden was zij de hoofdverpleegster, maar na enkele anonieme klachten werd die titel van haar afgenomen en aan die trut van een Cindy gegeven. Het ding, Cindy dus, was jong, vriendelijk, van nature blond en sympathiek. Alles wat Vera niet was.
Vera moest het onrecht, de degradatie, de muiterij wel met lede ogen aanzien. Wat kon ze anders doen? Ze had de fut niet meer om elders in een nieuw ziekenhuis met nieuwe collega’s te beginnen. Ze onderging haar lot in stilte. Of toch grotendeels in stilte. Tegen Sonja zeurde ze minstens een keer per dag over hoe zij het beter zou doen en het bestuur van het ziekenhuis werd sinds de muiterij bestookt met anonieme e-mails die ofwel klachten over Cindy ofwel lofzangen op Vera bevatten. Vera ontdekte ook dat haar oude badge nog werkte bij de toegangspoortjes tot het ziekenhuis. Hoewel ze een nieuwe plastic kaart met haar nieuwe functie kreeg, bleef ze steevast haar oude badge gebruiken. Elke ochtend wreef ze kort over het vetgedrukte woord “hoofdverpleegkundige” en staarde trots terug in de ogen van de vrouw met kortpittig kapsel en pronte Vlaamse kin die op de foto stond.

Het was dinsdag 10 maart 2020 en het was nu twee weken geleden dat Vera had geantwoord “daar spreekt u nu mee, meneerke.” op de eis van de man om de hoofdverpleegkundige te zien. Ze had hem terug naar huis gestuurd, zonder medicatie, zonder mondmasker, zonder diagnose. Toen Vera die dinsdagochtend met haar badge de toegangspoortjes van het ziekenhuis wilde openen, lukte dat niet. Ze vloekte in zichzelf. Het zal toch niet waar zijn. Hebben ze dan eindelijk hun systeem up-to-date gebracht? Ze rommelde in haar zak, maar deed zich eerst pijn aan die twee domme plastic aanhangsels waarmee je de zak aan je bagagedrager kon vastmaken. Natuurlijk had Vera zo’n tas die ook als fietszak kon fungeren. Helemaal onderaan vond ze haar nieuwe badge, maar ook die bleek niet te werken toen ze hem boven de scanner hield.
“Oh Vera, je bent er al? Dat had ik niet verwacht,” achter haar hoorde Vera de onaangenaam zachte stem van Cindy. Cindy keek haar aarzelend aan. “Ik doe de poortjes wel even open zodat je binnen kunt. Maar je wordt per direct bij de directeur van het ziekenhuis gevraagd,” zei Cindy. “Waarom moet dat dan wel?” vroeg Vera. Cindy trok haar schouders op, glimlachte gewrongen en wandelde snel weg.
Toen ze werd binnengeroepen in het kantoor van de directeur trof Vera hem daar roodaangelopen aan. “Ik ga er geen doekjes om winden, Vera. Ik heb andere katten te geselen. Zegt de naam Patrick Govaerts u iets?” “Euh, nee, niet dat ik weet,” antwoordde Vera. De directeur zette zijn zin verder: “Ik krijg hier net telefoon van het UZ Leuven dat de heer Govaerts gisterenavond overleden is aan de gevolgen van Covid-19. De eerste niet-bejaarde persoon in België, Vera, en jij hebt hem twee weken geleden naar huis gestuurd en gezegd dat er niets aan de hand is.” Vera’s ogen werden groot van ongeloof. Ze begon meteen verhit te reageren maar de directeur onderbrak haar: “Ga naar huis. Blijf daar. En dat ik u hier nooit meer moet zien.”

Wordt vervolgd …

maandag 9 maart 2020

De Kronieken van Vera

préface

Op een druilerige woensdag ontwaart de schrijfster van dit manuscript een blauwige schijn in een plasje langs de kant van de weg. Het is een badge van het naburig ziekenhuis. Twee trieste ogen staren haar aan vanop dat hard stuk plastic. Naast de foto staan de woorden “Vera” en “hoofdverpleegkundige” vetgedrukt. Vera’s gezicht, met een kin die naadloos overloopt in haar nek, met haar kortpittig kapsel, kijkt met vragende ogen de schrijfster aan. Alsof ze smeekt om aandacht, smeekt om interessant bevonden te worden. Dit zijn de kronieken van Vera, de vermoeide verpleegkundige.



episode 1: Amor, amor
Wanneer Vera thuiskomt, wordt ze begroet door een leegte. Geen kinderen. Geen liefhebbende echtgenoot. Geen huisdier. Of toch niet meer. Walter was er ooit wel geweest, een saaie streepjeskat, zo eentje van dertien in een dozijn. Vera had hem gered uit het asiel, hem overladen met een stortvloed aan liefde. Liefde die Walter niet bleek te aanvaarden. Geen kopjes, geen gespin op haar schoot. Alleen maar wat agressief geblaas en een rug zo krom dat hij bijna in twee knapte. Op een dag liet Vera per ongeluk het raam van de badkamer openstaan. Walter was ervandoor gegaan en nooit meer teruggekeerd. Soms vroegen haar collega’s naar Walter. Er plakte immers nog steeds een foto van de kater op de binnenkant van haar locker in het ziekenhuis. Dan zei ze dat ze Walter had moeten weggeven aan de buurvrouw. “Pure noodzaak, blijkbaar had ik zware allergie. Niets aan te doen. Het breekt mijn hart.” Dat van die allergie was gelogen. Dat hij bij de buurvrouw zat was echter wel waar. Twee dagen na zijn verdwijning spotte Vera hem terwijl hij kopjes gaf aan die blonde del van nummer 28.

Het is de onvrijwillige eenzaamheid die haar telkens weer overvalt wanneer ze de deur van haar appartementje opent. Onvrijwillig inderdaad. Vera probeerde wel, ze deed haar best, maar haar best bleek weeral toch niet genoeg te zijn. Liefde is houden van elkaar en niet zo maar houden van. Jaren geleden had ze een kortstondige relatie gehad met Ruud van een verdiep hoger. Ze kwamen elkaar tegen in de ondergrondse parking. Vera moest die dag alleen maar de deur uit voor boodschappen waardoor ze de moeite niet had genomen om er deftig uit te zien. In haar op de draad versleten joggingbroek en met vettige haren liep ze tegen Ruud aan. Ze raakten toevallig aan de praat. Vera had het moeten weten, dat Ruud niets voor haar was. Ze had het die eerste dag al moeten weten op het moment dat hij met veel moeite de ondergrondse parking uitreed op zijn elektrische step. Dat verdomde ding waar hij zo trots op was dat het zo nodig mee binnen moest in de cafés en de restaurants waar ze op date gingen. Als een idioot denderde hij ermee door de straten van de stad terwijl Vera hem met moeite kon bijhouden op haar aftandse damesfiets.
Die eerste rode vlag negeerde ze als een blinde maar dolenthousiaste zwemmer. Ze had het moeten weten, dat Ruud niets voor haar was, toen hij na hun eerste vrijpartij zich meteen aankleedde, het raam opentrok en een sigaret opstak.  Ze had het moeten weten toen hij haar liet bladeren door de map op zijn pc met printscreens van de LinkedIn-profielen van al zijn bedpartners. Het waren er drie. Maar Vera sloot de ogen en zwom halsstarrig verder. Er werd immers voor het eerst in al die jaren van haar gehouden.
De citytrip naar Barcelona was echter het breekpunt. Het exacte moment dat hij zijn identiteitskaart bovenhaalde bij de luchthavensecurity wist ze het: Ruud is niets voor mij. In een oogopslag zag ze onder het titeltje ‘naam’ niet Ruud maar Rudy staan. Met een y-grec inderdaad. 

Geen enkele keer gedurende die drie dagen Barcelona merkte Rudy haar afstandelijkheid op. De avond van de laatste dag, terwijl hij op de kamer naar een voetbalmatch van Club Brugge keek, zat Vera in de lobby van het hotel een boek te lezen. Toen ze opkeek, zag ze over haar een grote man zitten. “Ernst,” zo stelde hij zichzelf voor. Ernst droeg een zwarte coltrui en had een ringetje in zijn rechteroor en Ernst vertelde boeiende verhalen terwijl hij lang oogcontact hield.
Toen ze een sms kreeg waarin te lezen stond “voetbalmatch gedaan” gevolgd door een tweede sms met een emoji van een aubergine en twee waterdruppeltjes, stond ze aarzelend recht. Ernst nam haar zacht maar streng bij haar pols en zei: “Zet vannacht als je naast hem ligt Fifty ways to leave your lover van Paul Simon op.”




zondag 5 januari 2020

Nieuwjaarsbrief voor 2020


Mechelen, 5 januari ’20
Liefste vrienden

Als ik mijn nieuwjaarsbrief van 2019 herlees dan lijkt het alsof ik nipt strompelend het nieuwe jaar haalde.  Als ik mijn nieuwjaarsbrief van 2019 herlees, dan denk ik dat ik voorzichtig mag zeggen dat dit jaar een jaar van persoonlijke groei is geweest. Ik behaalde mijn master, begon prompt aan een volgende, leerde mijn maag en darmen gelukkig houden, werd verliefd op mijn eigen lichaam. Ik gaf een laatste handdruk aan mijn psycholoog, herontdekte waar ik gelukkig van werd, waar ik onrustig van werd. Ik leerde op wie ik kon bouwen en vertrouwen en ik moest mezelf opnieuw leren hoe je op mij kon bouwen en hoe je mij kon vertrouwen.

2020 mag in al haar schoonheid het jaar van persoonlijke bloei worden. Wie weet wat ons te wachten staat in dit jaar dat zo evenwichtig klinkt. Twintig-twintig, ook al beweert de Taalunie dat haar voorkeur uitgaat naar tweeduizendtwintig. Laat 2020 dan maar het jaar worden dat ik stevig met mijn voeten op de evenwichtsbalk sta. Mijn blik op oneindig, met een focus waar de Knack jaloers op zou zijn. Een perfecte balans tussen rust en activiteit, tussen intellect en dwaasheid. Een equilibrium tussen werk en ontspanning, tussen mezelf en de ander. Al mijn chakra’s in een lijn, zo recht en strak als de lederen evenwichtsbalk in mijn oude turnzaal waar de muren besmeurd zijn met krijt en het ruikt naar een mengsel van zweet en turnmatten of is het zweet in turnmatten.

Klinkt als een fantastisch jaar, niet? Nee, inderdaad niet. Laat ons even alles omdraaien. Misschien laat ik dit jaar het evenwicht aan de politiek en ga ik zelf even lekker een stukje radicaliseren. Alle grenzen toe voor pessimisten en doemdenkers. Mijn hart met prikkeldraad afgezet voor iedereen die er zomaar platvloers wil overstappen. Maar voor enthousiastelingen, voor bezielers, voor mensen die om mij geven, voor hen voer ik een extreem opengrenzenbeleid. Dit jaar ben ik de megalomane zot die toetert hoe geweldig ik het vind om om half elf 's avonds soep te maken en ik roep door mijn megafoon hoe rustig ik daarvan word. Ik trek mijn fluogewaad aan en hou een zitstaking omdat ik iedereen wil laten weten hoe fantastisch ik me voel. Misschien steek ik twee weken nadien een paar autobanden in de fik in het midden van de Grote Markt omdat iemand een klein gaatje in mijn prikkelbedrade hart wist te knippen. Maar bekijk mij zeker ook op het zevenuurjournaal waar ik achter Linda De Win loop te zwaaien met een groot kartonnen bord waarop “ik ben intelligent en grappig en ik weet het van mezelf” staat te lezen. Een halfuur later open je je Twitter en lees je 37 onsamenhangende tweets over alle podcasts waar ik naar luister en wat ik daaruit leerde. Ja, dit jaar trek ik partij voor mezelf en verkies ik mij tot president, tot dictator van mijn leven.

Dan rest mij enkel nog presidentieel iedereen gelukkig Nieuwjaar te wensen via mijn toespraak die op alle radiozenders en televisiekanalen tegelijk uitgezonden wordt. Ik sta op de poster in je klaslokaal en kijk diep in je ogen om je te steunen in alles wat je doet. Ik rinkel en tinkel met mijn kop op de 2-euromunt in je broekzak zodat je me nooit vergeet. Ik knipoog dictatorgewijs op de blikken koekendoos van Delacre met boven mij in zwierig handschrift “mijn beste wensen voor 2020”. 

Vanwege uw vriendin en immer uw kapoen
Eva